De Bijbel en homoseksualiteit  (hoofdpagina)

Recensie door dr. P. de Vries, theoloog en oud-predikant, 14 mei 2019 - web


Een zeer belangrijke academische studie

   Onder deze titel verscheen in 2016 de Nederlandse vertaling van The Bible and Homosexual Practice: Texts and Hermeneutics. Robert Gagnon, de auteur van deze studie, is universitair hoofddocent Nieuwe Testament aan het Pittsburgh Theological Seminary. Bijbelwetenschappers - onder wie mannen van wereldfaam zoals James Barr, James Dunn en John Barton - hebben aangegeven dat dit de best beargumenteerde academische studie over dit onderwerp is. Dat wil niet zeggen dat allen dezelfde relevantie toekennen aan de bijbelse gegevens zoals Gagnon dat doet. Echter bij de presentatie van de gegevens zelf worden geen vragen gesteld.
   Dit maakt het wel wat merkwaardig dat aan de Nederlandse vertaling van deze studie tot nu toe nauwelijks aandacht is geschonken. Zelf ben ik maar één recensie tegengekomen. Dit gebrek aan aandacht voor een academische studie van zo’n niveau, kan moeilijk anders dan welbewust zijn. Kennelijk voelt een niet onbelangrijk deel van christelijk Nederland zich door deze studie in verlegenheid gebracht en leek het de redacties van dagbladen en kerkbladen beter hierover te zwijgen. Zelf wil ik graag dit zwijgen doorbreken.
   Wie de studie van Gagnon leest, bemerkt dat zijn visie op de Schrift niet geheel spoort met het zelfgetuigenis van de Schrift. Zo kwalificeert hij de eerste hoofdstukken van de Bijbel als scheppingsmythe en vraagt hij zich bij teksten uit de evangeliën af of zij wel werkelijk teruggaan tot de historische Jezus. Niet alle brieven die Paulus als auteur vermelden, worden door hem als zodanig gezien. Al val ik hierin de auteur niet bij, toch kan ik iedereen die beter zicht wil krijgen op de bijbelse boodschap met betrekking tot homoseksualiteit zijn studie bijzonder aanbevelen.


De oudtestamentische gegevens

   Gagnon spreekt dan wel over scheppingsmythe maar laat er geen misverstand over bestaan dat de Bijbel anders zou zijn begonnen als er ruimte geboden kan worden aan seksuele praxis buiten het huwelijk tussen één man en één vrouw. Een homoseksuele relatie, ook al is die stabiel, is strijdig met Gods bedoeling met man en vrouw vanuit de schepping.
   Uiteraard komt Genesis 19 ter sprake. Lot biedt twee mannen die Sodom bezoeken - onwetend dat het engelen zijn - gastvrijheid aan. De mannen van Sodom willen seksuele gemeenschap met de gasten van Lot. Gagnon weerspreekt de nog al eens verdedigde opvatting dat de zonde van Sodom vooral het schenden van het gastrecht zou zijn. Reeds voordat het gastrecht was geschonden had de HEERE geconstateerd dat de zonden van Sodom en Gomorra zeer ernstig waren. In Ezechiël 16 worden de zonden van Sodom en Gomorra met het woord ‘gruwel’ getypeerd. Als het gaat om morele overtreding gaat het dan óf om afgodendienst óf om ernstige seksuele overtredingen waaronder homoseksueel gedrag.
   Op deze wijze wordt namelijk over homoseksueel gedrag in de Heiligheidswet (Leviticus 17-26) gesproken. Het gaat dan niet alleen om afgedwongen homoseksueel contact. Alle vormen van homoseksueel contact zijn strijdig met Gods heiligheid en beantwoorden niet aan Zijn scheppingsorde. Onjuist is alleen te denken aan homoseksueel contact binnen het kader van de cultus van de afgoden. Het woord voor ‘man’ dat in Lev. 18:22 wordt gebruikt is hetzelfde woord dat wij tegenkomen in Gen. 1:27. Zo blijkt ook uit het woordgebruik dat de Heiligheidswet hier teruggrijpt op de scheppingsorde. Het feit dat op homoseksueel gedrag volgens de Heiligheidswet de doodstraf stond, laat de ernst ervan zien (Lev. 20:13).


Het getuigenis van Paulus

   Bij de bespreking van de nieuwtestamentische gegevens blijkt dat het Nieuwe Testament niet minder dan het Oude Testament homoseksueel gedrag onverenigbaar acht met het dienen van de God van Abraham, Izak en Jacob. Het Nieuwe Testament neemt hier evenals bij overspel niet de strafmaat van het Oude Testament over. Overspelers en zij die bij mannen liggen, moeten binnen de christelijke gemeente bestraft worden. Zij mogen niet deelnemen aan de maaltijd van de Here. Echter binnen de samenleving mogen ook de leden van de christelijke gemeente samenwerken met hoereerders, afgodendienaars enz. Hen wordt niet gevraagd zich geheel uit de wereld terug te trekken (vgl. 1 Kor. 5:9-11).
   In onderscheid met Paulus heeft de Here Jezus Christus niet uitdrukkelijk gesproken over homoseksualiteit. Gagnon brengt naar voren dat dit vooral te maken heeft met het feit dat de Here Jezus Zijn onderwijs gaf in het land van de vaderen. Iedere Jood wist dat homoseksualiteit strijdig was met Gods wet, terwijl in de Grieks-Romeinse samenleving homoseksueel gedrag zeer breed was geaccepteerd.
   Alle vormen van homoseksueel gedrag die wij kennen, kwamen ook toen voor. Naast volstrekte promiscuïteit waren er ook stabiele homoseksuele relaties die tot de dood van één van de partners stand hielden. Onjuist is het argument dat men in de Griek-Romeinse samenlevingen dergelijke stabiele relaties niet tegenkwam. Echter, ook deze stabiele relaties riepen naar het oordeel van de apostel Paulus Gods toorn op.
   Uit 1 Korinthe 6 blijkt dat onder de gemeenteleden van Korinthe er ook waren die zich bekeerd hadden van homoseksueel gedrag. Geen enkele seksuele zonde betekent dat de toegang tot het koninkrijk van God voor altijd dicht is. God vraagt wel dat gebroken wordt met homoseksueel gedrag. Betekent dit dan dat ook altijd homoseksuele gevoelens verdwijnen?
   Deze vraag wordt door Paulus niet uitdrukkelijk gesteld. Echter, als gesteld wordt dat de apostel er van uit moet zijn gegaan dat dit altijd het geval was, hebben wij zijn brieven niet aan onze kant. De apostel spreekt meer dan eens over de zonde in het enkelvoud als het gaat om de zonde als macht. Een christen is geen dienstknecht meer van de macht van de zonde en toch moet hij zijn leven lang tegen de zonde als macht strijden.


Het onderwijs en optreden van de Here Jezus

   Bijzonder belangwekkend is wat Gagnon schrijft over het onderwijs en optreden dat de Here Jezus kenmerkte. In vergelijking met farizeeërs en Schriftgeleerden was Zijn ethiek met betrekking tot seksualiteit niet minder streng, maar juist strenger. Tegelijkertijd zijn er twee categorieën zondaren waarmee Jezus op bijzonder wijze bewogen is. Dat zijn de hoeren (seksuele overtredingen) en de tollenaars (witteboordencriminaliteit). Gagnon merkt op dat het laatste veelal minder nadruk ontvangt als men zich beroept op Jezus’ houding ten opzichte van zondaren dan het eerste.
   Dat de Here Jezus in Zijn seksuele ethiek juist strenger is dan farizeeërs en Schriftgeleerden blijkt uit Zijn houding ten opzichte van echtscheiding. In het evangelie naar Markus wordt geen enkele echtscheidingsgrond genoemd en in het evangelie naar Mattheüs alleen overspel. De Here Jezus achtte ook onreine seksuele gevoelens zondig. Terecht merkt Gagnon op dat als de Here Jezus overspelige gevoelens afwijst, het niet moeilijk is om te raden hoe hij over homoseksuele gevoelens dacht.
   Ik merk dat ook dat hier de grote zwakte ligt van het standpunt dat je wel homoseksueel gericht mag zijn maar geen homoseksueel gedrag mag vertonen. Een standpunt dat helaas ook binnen de gereformeerde gezindte breed gedeeld wordt. Dan wordt namelijk de situatie van na de zondeval als uitgangspunt genomen en niet het goede beeld van God. Wie denkt en spreekt vanuit Gods oorspronkelijke bedoeling met de mens kan gevoelens die daarmee in strijd zijn nooit als neutraal zien of dat nu hebzuchtige, overspelige of homoseksuele gevoelens zijn.
   Dat wil niet zeggen dat mensen zich onveilig moeten voelen om te belijden dat zij met gevoelens die niet passen bij het goede beeld van God hebben te maken. Die gevoelens als zodanig houden een mens niet buiten Gods koninkrijk. Dat is wel eens gedacht als het gaat om homoseksuele gevoelens. Die zouden in geloof altijd verdwijnen. Echter, voor die gedachte is bijbels geen grond. Wel is het wezenlijk voor een echte christen dat hij strijd tegen gevoelens die overeenkomen met Gods bedoelingen. In principe is dat een levenslange strijd. Want al zouden bepaalde gevoelens verdwijnen dan houden we nog weer andere over. Zijn leven lang moet een christen zijn oude natuur doden en elke dag zichzelf ertoe opwekken de dingen die boven zijn te zoeken. Dan is Heilige Doop daarbij een krachtige pleitgrond om aan de Here te vragen om kracht te schenken die wij bij deze dagelijkse strijd nodig hebben.


De relevantie van het bijbelse getuigenis

   Dat er relatief weinig aandacht in het Oude en Nieuwe Testament is voor homoseksueel gedrag, zo stelt Gagnon, heeft eenvoudig te maken met de volstrekte afwijzing ervan. Homoseksueel gedrag is onverenigbaar met het delen in de zaligheid. In het slothoofdstuk onderstreept Gagnon niet alleen de blijvende relevantie van het bijbelse getuigenis, maar vraagt hij ook aandacht voor de achtergrond van homoseksuele gerichtheid.
   Wetenschappelijk blijkt genetische bepaaldheid niet aan te tonen. Onmiskenbaar is er de invloed van de omgeving, al zijn er nog veel open vragen. In een samenleving die geen moeite heeft met homoseksueel gedrag blijkt het aanmerkelijk meer voor te komen dan wanneer dat niet het geval is. Ook al zou homoseksualiteit aangeboren zijn, dan doet dat niet af van het bijbelse getuigenis. De Bijbel erkent immers de aangeboren neiging tot zondigen.


Een overlappend en aanvullend geluid

   Matthew W. Rueger, predikant van de St. John Lutheran Church in Hubbard schreef een studie die deels die van Gagnon overlapt en deels ook aanvult. De titel daarvan luidt Sexual Morality in a Christlesss World. Dit boek is een neerslag van lezingen over seksuele ethiek en homoseksualiteit aan Iowa State University. Evenals het boek van Gagnon is dit een studie van hoog academisch niveau. Gezien het ontstaan ervan is het apologetische element iets sterker.
   De scopus is nadrukkelijk breder. Zo stelt Rueger ook aan de orde dat de Bijbel laat zien dat een huwelijk aangaan de bereidheid betekent van meet af aan kinderen te ontvangen. Dat neemt niet weg dat ook Rueger veel aandacht schenkt aan homoseksualiteit, omdat juist hier het bijbelse getuigenis botst op het huidige levensklimaat. Iets wat in Europa nog veel meer het geval is dan in Amerika.
   Ik denk slechts aan het feit dat Mike Pence, de Amerikaanse vicepresident, niet onder stoelen of banken steekt dat hij het bijbelse getuigenis over (homo)seksualiteit volledig voor zijn rekening neemt. Van kritiek op het feit dat zijn vrouw lesgeeft op een school waar leerkrachten niet mogen samenwonen of een homoseksuele relatie aangaan, trekt hij zich welbewust niets aan, terwijl ook de predikant van zijn thuisgemeente con amore de Nashville Statement heeft ondertekend.
   Breder dan Gagnon gaat Rueger in op de Grieks-Romeinse samenleving. Hij laat zien dat meerdere keizers openlijk biseksueel waren. Dat werd niet als problematisch ervaren. Dan laat de Bijbel een heel ander geluid horen. Van christenen mag worden verwacht dat zij duidelijk maken dat God nooit Zijn zegen kan verbinden aan iets wat Hij in Zijn Woord verbiedt.
   Hij doet een oproept om het beeld van Christus te dragen in bewogenheid met hen die Gods geboden overtreden. Niet om hen daarin te doen volharden, maar door hen erop te wijzen dat er bij God vergeving is en dat bekering wordt gevraagd. Door het herscheppend werk van Zijn Geest maakt hij zondaren nieuw. Vergeving in Christus’ bloed en vernieuwing door Zijn Geest heeft tenslotte ieder mens nodig. Alleen zo worden we weer zoals God ons bedoelt. Hier in beginsel en eenmaal volkomen.


Recensie door dr. D. J. Steensma in Kerkblad voor het Noorden (9 maart 2017)

   Wie zich wil verdiepen in vragen rondom 'Bijbel en homoseksualiteit', kan niet om de diepgravende studie van Robert A. J. Gagnon heen. En nu is daarvan een Nederlandse vertaling op de markt gebracht. Liefst 710 bladzijden, voor een lage prijs: € 27,95 (na de BTW-verhoging in 2019 is dat € 28,74). De uitgever heeft christelijk Nederland een dienst bewezen met deze vertaling: prima verzorgd, goed leesbaar. Er is werk van gemaakt, door een uitstekend vertaler. Alle lof. Vaak wordt gezegd dat de Bijbel zwijgt over een homoseksuele relatie van liefde en trouw, en dat we daarom zelf een weg moeten zoeken in vragen rondom dit onderwerp. Gagnon betoogt dat de Bijbel meer over dit onderwerp zegt dan mensen wel eens denken. We zijn de uitgever, die zelf de vertaling verzorgde, veel dank verschuldigd. Er is op dit moment nauwelijks een boek dat hiermee vergelijkbaar is. Hoewel met deze studie het laatste woord niet is gezegd, kunnen nu ook degenen die de Engelse taal niet beheersen, beschikken over een uitstekend middel in het onderwijs van de Schrift over dit thema.


Aanvulling uitgever: in tegenstelling tot wat in de recensie staat, heeft de uitgever niet zelf de vertaling verzorgd (die lof komt dus een ander toe - in dit geval een afgestudeerd theologe van de Theologische Universiteit Apeldoorn), maar wel de eindredactie - dit houdt in dat de vertaalde tekst beoordeeld en waar nodig aangepast is.


Recensie in Profetisch Perspectief, lente 2017, door Cees van Velzen

   Dit is een dubbelrecensie waarin het boek van Robert Gagnon vergeleken wordt met het boek van Robert Plomp. Eerst wordt het boek van Plomp besproken.

   Spreken en schrijven over homoseksualiteit is soms een hachelijke onderneming. Het is een van de onderwerpen waarover in christelijke kring verschillend gedacht wordt en waarbij de kampen lijnrecht tegenover elkaar kunnen staan. Synodes gaan erover, kerkenraden beraden zich en predikanten, jeugdleiders en jongerenwerkers vragen zich af hoe zij dit onderwerp zonder al te veel kleerscheuren op te lopen, kunnen behandelen. Gezinnen en families kunnen erdoor ontwricht en verscheurd raken. Het is niet gering voor welke keuze men staat: óf de uitspraken van de Bijbel over homoseksualiteit - dat is de praxis - (‘een gruwel in Gods oog’) zijn bindend voor onze tijd, óf ze zijn dat niet en de gemeente van de Here Jezus mag homo’s en lesbo’s die willen trouwen of een relatie in liefde en trouw willen aangaan, deze mogelijkheid niet onthouden. Vanzelfsprekend zijn hier grote consequenties aan verbonden. Zeker ook in de pastorale adviezen die aan broeders en zusters gegeven worden. Adviezen en overtuigingen die grote gevolgen kunnen hebben voor hun leven en zelfs voor hun eeuwige bestemming (de uitgever is het overigens oneens met de auteur dat ware gelovigen later alsnog verloren kunnen gaan - E. M. ). Twee boeken over dit onderwerp zijn recentelijk op de markt gekomen. Deze bespreek ik en ik zal daar ook mijn mening bij geven.


Nederlander met de Nederlanders, Ronald Plomp

   Allereerst het boek van Robert Plomp. Het boek van Plomp is een, op het eerste gezicht, sympathieke poging om kerk en Bijbel relevant te laten zijn in onze tijd en in onze maatschappij. Hij wil een positieve orthodoxe visie geven op homoseksualiteit, wetenschap en vrouwelijke leiders. Het onderwerp homoseksualiteit en hoe we daar als de gemeente van de Here Jezus mee om zouden moeten gaan, krijgt de meeste aandacht. Zijn belangstelling voor en betrokkenheid bij dit laatste onderwerp verantwoordt hij aan het begin van zijn boek. Hij beschrijft het contact met een getrouwde lesbische collega. Met haar vrouwelijke partner heeft zij drie kinderen van onbekende donoren. Plomp beschrijft zijn verlegenheid hiermee om te gaan. Hij vraagt zich af hoe hij de Bijbel en de kerk voor deze collega relevant en aansprekend kan maken. Een belangrijke vraag!
   Zijn conclusie trekt hij op de bladzijden 164 tot en met 167: de kerk moet een inhaalslag maken en homoseksuele relaties en met name het homohuwelijk volledig accepteren. Kerken en gemeenten moeten hier van harte aan meewerken en daardoor zal de kloof die ontstaan is tussen de maatschappij die dit type huwelijk heeft aanvaard en de kerken die dat nog niet gedaan hebben, gedicht worden. Volgens Plomp is het zo dat overal waar de Bijbel zijn afkeuring laat blijken voor homoseksualiteit en het praktiseren ervan, deze afwijzing betrekking heeft op de cultische praktijken van de heidenvolken om Israël heen en, als het de afgoden naliep, van Israël zelf. Homoseksualiteit kwam in de heidense afgodendienst voor, was daar zelfs gebruikelijk, en daarom wijst de Bijbel het af. Zijn conclusie is dat de huidige homoseksuele praktijk daar niets mee te maken heeft en dat de bijbelse verboden over homoseksualiteit niet relevant zijn voor onze tijd. De Bijbel zegt niets over ‘gelijkwaardige homoseksuele relaties’ in liefde en trouw, zoals wij die kennen.
   Robert Plomp probeert uit te leggen dat in de wereld rondom Israël in de tijd van het Oude en het Nieuwe Testament homoseksuele activiteiten nooit plaatsvonden tussen twee gelijkwaardige personen (blz. 126-133). Als homoseksuele handelingen plaatsvonden, was dat volgens Plomp altijd in een context van ongelijkwaardigheid, van dwang en dominantie. Hij doelt op de praktijk van pederastie bij de Grieken, de erotische relatie van een volwassen man, vaak een mentor, met een pupil. Daarnaast stelt de schrijver dat met name het sacrale karakter van homoseksuele praktijken wordt afgewezen in de Bijbel. Hij gaat een aantal bekende teksten langs, zoals Leviticus 18 en 20, Romeinen 1, 1 Korinthe 6 en 1 Timotheüs 1. Deze teksten spreken zeer negatief over homoseksualiteit. Plomp verklaart ze allemaal als ‘niet geldend voor onze tijd’ omdat ze zouden slaan op de afgodendienst. Op bladzijde 133 stelt hij: ‘Kennis over de homoseksuele geaardheid zoals wij die kennen in onze postmoderne tijd, bestond niet in de tijd van de Bijbel.’
   Waarom, zelfs als dit zo zou zijn, deze teksten dan niet zouden mogen worden toegepast op onze tijd, wordt door hem niet uitgelegd. Plomp gebruikt soms grote woorden. Als bijbelgetrouw Nederland in het afwijzen van homoseksuele relaties de Bijbel niet goed verstaan heeft (en uit zijn betoog blijkt dat hij vindt dat dit inderdaad het geval is), loopt het volgens hem op een levensgevaarlijk pad en doet het daarmee het Evangelie en de Naam van God groot onrecht aan (blz. 124). Plomp denkt dat orthodox-reformatorisch en evangelisch Nederland binnen twintig jaar het ‘licht’ zal zien. Het besef zal doordringen dat de gemeente van de Here Jezus zich al die jaren vergist heeft, waarna zij de homoseksuele praxis als een door God gegeven levensweg zal gaan accepteren. En zo voert hij een vurig pleidooi om de tijd voordat dit ‘inzicht’ doorbreekt, drastisch te verkorten.


De Bijbel en homoseksualiteit, Robert Gagnon

   Het andere boek over dit onderwerp is het boek van Robert Gagnon. De Bijbel en homoseksualiteit, vertaald uit het Engels. Het is om meer dan een reden een opmerkelijk boek. Het neemt het heden ten dage niet populaire standpunt in dat de Bijbel in zijn verbod op de homoseksuele praktijk absoluut relevant is voor onze tijd. Stellen dat toenmalige cultische praktijken werden veroordeeld die nu niet meer voorkomen, en dat homoseksualiteit nu dus toegestaan is, is onzin. Gagnon probeert het van oudsher bekende orthodoxe standpunt dus niet weg te relativeren vanuit een zogenaamd veranderde maatschappij of een onbekendheid van de Bijbel met de (homoseksuele) praktijk van onze tijd.
   Zijn lijvige boek telt meer dan 650 pagina’s. Het is een doorwrocht werk dat veel aanzien geniet en door vriend en vijand wordt gezien als een nauwelijks te weerleggen standaardwerk. Opmerkelijk, maar ook jammer, dat Plomp wel diverse Engelstalige schrijvers in zijn boek aanhaalt, maar nu juist dit boek en deze schrijver niet. Er is iets opvallends aan de hand met de methodiek van Gagnon. In zijn behandeling van de relevante teksten van het Oude en het Nieuwe Testament gaat hij uit van de moderne bijbelkritiek, denk aan de bronnen en theorieën ten aanzien van de uitleg van de Pentateuch. Daarnaast stelt hij dat niet alle veronderstelde ‘brieven van Paulus’ door Paulus zelf geschreven zijn. Dit wordt vaak als niet bepaald orthodox gezien. Professor Pieter Siebesma spreekt over de schriftopvatting van Gagnon dan ook zijn verbazing uit in zijn voorwoord bij de Nederlandse editie.
   Des te opmerkelijker is het om te lezen dat de conclusies van Gagnon zo orthodox zijn. Dit maakt het boek voor mij in zekere zin sterker. Ook met deze opvattingen over de Schrift komt iemand tot de conclusie dat juist in onze tijd, de Bijbel alle homoseksuele en lesbische relaties verbiedt en de enige legitieme plaats voor seksualiteit ziet binnen het huwelijk tussen man en vrouw. Hoe komt Gagnon tot deze overtuigingen? Hij behandelt uitvoerig alle bijbelteksten die met seksualiteit te maken hebben. Zijn stelling is dat de Levitische wetten niet alleen het gedrag van homoseksuele verkrachters veroordeelden, ‘maar ook het gedrag van twee partners die met wederzijds goedvinden besloten tot homoseksuele geslachtgemeenschap met elkaar. Volgens deze wetten hebben zij beiden een gruwelijke daad verricht’ (blz. 73). Nog een citaat: ‘De mate waarin de Levitische wetten alle vormen van homoseksuele geslachtsgemeenschap stigmatiseren en veroordelen, hoewel dat niet in tegenspraak is met sommige trends elders, gaat veel verder dan alles wat tot nu toe bekend is uit het Oude Nabije Oosten’ (blz. 74). Zelfs de meest geaccepteerde vorm van homoseksualiteit van de landen om Israël heen, wordt dus in de Bijbel verboden.
   In de voetnoot verwijst Gagnon naar Martti Nissinen, een Finse theoloog die wel ruimte ziet voor homoseksuele relaties, maar die toegeeft dat de verboden van de Bijbel slaan op ‘alle vormen van seksuele relaties tussen mannen’ (voetnoot 39, blz. 74): ‘Het gaat er niet om welke neigingen iemand heeft, maar wel wat hij daarmee doet, zowel in zijn fantasie als in de praktijk’ (blz. 52). In de Bijbel is volgens Gagnon wel degelijk sprake van gelijkwaardige partijen die zich willens en wetens overgeven aan homoseksueel gedrag, en dat niet in verband met afgoderij. Dat geldt voor Leviticus 18, maar ook voor Romeinen 1, bijvoorbeeld waar staat dat mannen voor elkaar in wellust zijn ontbrand. Het was een wederzijds gebeuren met wederzijdse instemming. Dat wordt in Leviticus een to’evah, een gruwel genoemd, en in Romeinen 1 een schande. Romeinen 1:20 laat zien dat men juist geen excuus heeft om te doen wat men doet. De homoseksuele zonden zoals in Romeinen 1 beschreven, vinden niet hun oorsprong in afgoderij, maar in de zondeval.


Conclusie

   Zowel Robert Plomp als Robert Gagnon gaan in op de vraag of het verbod op homoseksualiteit in Leviticus 18 en 20 verbonden is aan de afgoderij van Kanaän. Plomp stelt dat er veel voor te zeggen is dat het in Leviticus 18 en 20 enkel gaat over de ‘sacrale tempelprostitutie’. Gagnon is het daar volledig mee oneens. Hij stelt dat uit het begin en het einde van Leviticus 18, waarin gewaarschuwd wordt tegen het navolgen van de praktijken van de Kanaänieten, niet geconcludeerd kan worden dat Leviticus 18:22 enkel doelt op homoseksuele tempelprostituees en hun klanten. Geslachtsgemeenschap tussen mannen is als zodanig slecht, niet enkel vanwege de specifieke associaties met heidense rituelen. Het feit dat in onze huidige cultuur geen sprake is van een dergelijke homoseksuele praktijk, wil dus nog niet zeggen dat we deze verboden aan de kant kunnen schuiven (blz. 167 en 168).
   ‘De herhaling van het verbod op homoseksuele geslachtsgemeenschap in 20:13 volgt niet direct op de verwijzingen naar kinderoffers in 20:2-5, maar staat juist ingeklemd tussen de verboden tegen overspel en incest (20:10-12) en die tegen incest en bestialiteit (20:14-16).’ Met andere woorden: als je consequent doorredeneert met de uitleg van Plomp, zou je dan ook incest, overspel en bestialiteit moeten goedkeuren? Als deze zaken alleen afgekeurd worden omdat ze in relatie tot de afgodendienst stonden, zijn ze dan ineens wel goed als je ze loskoppelt van afgoderij? Nee, natuurlijk niet. Maar waarom laat Plomp dit dan wel opgaan voor homoseksualiteit? Vreemd genoeg haalt hij Exodus 22:19 aan om te bewijzen dat bestialiteit in alle gevallen veroordeeld wordt. Maar die tekst staat nu juist ingeklemd tussen twee teksten over afgodische praktijken: de ene gaat over een tovenares en de andere over het offeren aan de goden. Dat slaat dan - als je zijn redenering doortrekt - ook op afgoderij. Zou bestialiteit dan wel mogen buiten deze context? Natuurlijk niet.
   Plomp wil het gezag van de Bijbel niet onderuit halen. Dat noemt hij terecht orthodox. Dat hij daarin oprecht en bewogen is, wil ik wel geloven, maar door zijn methode - met een beroep op een andere tijd geboden in de Bijbel die universeel zijn en algemeen geldend, zeker voor de persoonlijke levenswandel, als niet meer relevant en toepasbaar te verklaren - doet hij precies wat de vrijzinnigheid doet: het Woord van God kan of mag niet meer gezaghebbend spreken over zaken die met onze persoonlijkheid en levenswandel te maken hebben. Dat heet een eigenmachtige uitlegging (2 Petrus 1:20 en 21). En dat is levensgevaarlijk.
   Robert Gagnon geeft belangrijke aanwijzingen hoe we als volgelingen van de Here Jezus dienen om te gaan met broeders en zusters die homoseksueel zijn: ‘God offerde Jezus niet op om alle menselijke verlangens automatisch goed te keuren. Christus stierf zodat mensen verzoend kunnen worden met God en een begin kunnen maken met het heiligingsproces dat uiteindelijk tot hun verheerlijking zal leiden’ (blz. 637).’ ‘De gemeente moet het idee verwerpen dat het bevestigen van homoseksueel gedrag of het haten en kwellen van homoseksuelen de enige twee alternatieven zijn. Zij moet veeleer op een derde optie wijzen: de homoseksueel liefhebben door nederig te voorzien in de nodige ondersteuning, vertroosting en leiding, zodat de homoseksueel zich bemoedigd voelt om zich niet over te geven aan zijn of haar hartstochten’ (blz. 638).


Recensie door Henk Rijtsema (LEV Magazine - van L'Abri - december 2016)

   Ik was blij toen ik zag dat dit boek van de Amerikaanse theoloog Robert Gagnon nu ook in het Nederlands vertaald is. De discussie rond dit thema is in Nederlandse kringen nogal omvattend geworden, maar er zijn maar weinig bijdragen die de onbevangenheid van Gagnon hebben.
   Zijn boek is al in 2002 in de Engelse taal verschenen en is intussen een soort standaardwerk geworden voor de hermeneutische discussie rondom de vraag wat de Bijbel nu precies zegt over homoseksueel gedrag. Gagnon lijkt wat minder belast door een soort ‘politieke correctheid’ dan vele anderen die over dit thema schrijven. Toch laat de inleiding van zijn boek zien dat hij zich zeer wel bewust is van hoe de moderne maatschappij zijn inbreng zou kunnen horen.
   Zijn aanpak is om onverstoord met een vrij breed onderzoek van de historische context van de Bijbel en de omringende culturen de vraag te stellen welke houding de Bijbel daadwerkelijk inneemt ten opzichte van homoseksualiteit. Zijn conclusie is ruwweg dat de Bijbel eigenlijk weinig zegt over een homoseksuele geaardheid of homoseksuele verlangens en behoorlijk summier de homoseksuele praxis afwijst.
   Gagnon gaat vervolgens in op de verschillende hermeneutische ‘lenzen’ die gehanteerd kunnen worden om toch een andere conclusie voor onze tijd in de geschiedenis te kunnen trekken. Hij concludeert dat die ruimte erg beperkt is vanwege de bijbelse nadruk op de geslachtelijke completering, die ook nog eens door de Bijbel als een natuurlijk gegeven aangeduid wordt, in tegenstelling tot een meer cultureel georiënteerd iets.
   Het was met enige verbazing dat ik het commentaar van Remco van Mulligen in het Nederlands Dagblad las, waarin hij aangaf dat Gagnons doorwrochte boek weliswaar een duidelijke bijbelse analyse bood, maar dat we uiteindelijk rond dit thema alleen maar ‘meningen’ hebben waar ‘niemand zich iets van hoeft aan te trekken’. Het is voor zover ik het kan inschatten juist het nadrukkelijk appèl dat de Bijbel zelf doet op onze ethische opvattingen dat zo weinig ruimte laat om dit soort afwegingen zomaar naast ons neer te leggen.
   Het blijft een beladen thema en zoals Os Guinness in zijn recente boek Fools Talk - The Recovery of Christian Persuasion (IVP, juni 2015) het stelt: ‘De grootste crisis die de kerk van Christus in het Westen vandaag de dag het hoofd moet zien te bieden, is de crisis van gezag die veroorzaakt is door de capitulatie van de kerk voor de druk van de seksuele revolutie (…).’ Deze tendens die in de jaren ’60 op dreef kwam, raakt eigenlijk alle deelgebieden van de seksuele ethiek en doet de vraag aan christenen anno nu rijzen of ze überhaupt bereid zijn een bijbelse inmenging in hun seksuele ethiek toe te laten. Ik denk dat dit voor velen een gewetensvraag is.


NBD|Biblion recensie - ds. Jenno Sijtsma (augustus 2016)

   De auteur is hoofddocent Nieuwe Testament aan het Pittsburgh Theological Seminary. In zijn boek, inmiddels wereldwijd een standaardwerk, behandelt hij alle teksten die te maken hebben met homoseksualiteit. Duidelijk wordt dat het vroege jodendom en het Oude Testament unaniem zijn in de verwerping van de homoseksuele praktijk en datzelfde geldt ook voor Plato (Wetten), Qumran en het Nieuwe Testament, en met nadruk op de apostel Paulus. Weliswaar zwijgt Jezus over homoseksueel gedrag, maar Hij bevestigde wel het gezag van het afwijzende getuigenis van het Oude Testament. De auteur biedt veel geleerde exegese en hermeneutiek van de relevante bijbelteksten en gaat diep in op de visie van voor- en tegenstanders. Gagnon is pertinent in zijn afwijzing: er is geen seksuele vrijheid voor gelovigen in Christus, en voor God is de homoseksuele praxis een zonde. Zijn boek is allereerst van belang voor pastores, artsen, psychiaters, psychologen en andere hulpverleners.