De kroeg als Gods akker  (hoofdpagina)

Recensie in het tijdschrift Handelingen, door dr. Sake Stoppels (30 juli 2013)  -  pdf

Noot uitgever: deze boekbespreking verschijnt in het late voorjaar van 2014 ook op de website van het tijdschrift Handelingen.


   Nieuwe vormen van kerk-zijn zien we vooral in de grote steden ontstaan. Toch heeft de urbane sfeer niet het monopolie op kerkelijke vernieuwing en grensverleggende experimenten. Dat wordt duidelijk uit het verslag van Gerard Vrooland over zijn zoektocht naar een laagdrempelige, ‘onkerkelijke’ kerk in Sliedrecht, een plaats in de Nederlandse Biblebelt. Als ‘gewoon’ predikant binnen het verband van de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) zoekt hij in toenemende mate contact met mensen die niet gauw hun heil zullen zoeken binnen bestaande kerken. Door regelmatig in cafés en andere openbare plekken aanwezig te zijn, legt hij samen met zijn vrouw contact met vooral jonge mensen. Zo ontwikkelt hij zich tot straatpastor en ontstaat een nieuwe geloofsgemeenschap, KopS, Kerk op Straat. Vrooland en zijn gemeente houden de spanning tussen de klassieke vorm van de kerk en het werk op straat niet uit. Ze gaan in 2009 uit elkaar en zo wordt Vrooland een straatpastor zonder vaste aanstelling en een vast salaris. Deze scheiding betekent overigens geen definitieve breuk. Als in 2011 de nieuwe geloofsgemeenschap ‘geïnstitueerd’ wordt, zijn er vertegenwoordigers uit de NGK Sliedrecht en uit het bredere kerkverband. Het werk van Vrooland wordt ook vermeld op de site van zijn vroegere gemeente.
   Het boek met de titel De kroeg als Gods akker heeft als ondertitel Straatpastoraat is verbinden. Met deze ondertitel wil Vrooland twee kenmerken van zijn aanpak laten zien. Allereerst gaat het hem om relaties, om het scheppen van verbinding tussen mensen. Hij wil zich verbinden met de ander door zich te verbinden met alles wat God in de ander als zegen heeft gegeven. Daarnaast ziet hij ook de noodzaak van het verbinden van wonden. Op straat ontmoet hij veel verwonde mensen en ook in die zin is de kerk geroepen te verbinden. Binnen de nieuw gevormde kerk is de kleine groep de centrale eenheid. Vrooland geeft in zijn boek zicht op de wording van de nieuwe gemeenschap en geeft ook uitvoerig tekst en uitleg over zijn theologie. Deze is als orthodox te typeren. De satan bijvoorbeeld is voor Vrooland geen achterhaalde metafoor, maar een bestaande boze macht die mensen knecht en ze van God afhoudt. Het boek doet levendig verslag van een moedige zoektocht naar een kerk die grenzen doorbreekt en toegankelijk wordt voor mensen die in de ‘gewone’ kerk niets te zoeken lijken te hebben.


Recensie in Uitdaging, door Leendert de Jong (maart 2013)  -  pdf

   Je moet maar durven. Je bent gemeentepredikant in een gevestigde kerk. Je hebt 'hart' voor mensen van buiten de kerk. Die wil je bereiken, samen met de gemeente die jij dient. Dat lukt niet. En dan? Dan laat je het domineesleven achter je. Je wordt straatpastor.
   In enkele zinnen is dit het verhaal van ds. Gerard Vrooland. Tot 2009 was hij predikant in de Nederlands Gereformeerde Kerk in Sliedrecht. Al bij zijn aantreden vertelt hij dat hij 'graag het evangelie op straat wil brengeri. Uiteindelijk lukt het niet om dit samen met zijn gemeente te doen, reden waarom Vrooland emeritus predikant wordt, maar zonder honorering en start met KopS: Kerk op straat.


Kroeggasten

   Wat KopS wil? In contact komen met 'zoekers: Vrooland weet wie dit in Sliedrecht zijn: 'Veel mensen hebben iets met de kerk. Positief of negatief. De laatste groep leeft met vooroordelen, heeft conflicten gehad of voelt zich ( ... ) in de steek gelaten. Met deze mensen zoeken wij contact: Hoe? Elke eerste zondag van de maand is er kerkdienst in een kroeg. Gemiddeld zijn er wel zo'n zestig gasten. Rondom deze kroegkerk zijn er andere activiteiten: een wekelijkse kerkdienst ('s middags), sessies met jongeren en opvang voor 'mensen die op straat
dreigen te komen', enzovoort.


NBD|Biblion recensie - ds. Jenno Sijtsma

   De auteur nam op 28 juni 2009 afscheid van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Sliedrecht, waar hij tien jaar predikant was geweest. Per 1 juli van datzelfde jaar was hij predikant van de maatschap KopS, Kerk op Straat in Pand 33. Gerard en zijn vrouw Carolien wisten dat God een weg met hen ging omdat ze dicht bij Hem leefden en leven. In dit boek vertelt hij hoe zij zich door God wisten aangesproken en wat dat betekende: een lange weg van veel onbegrip en weerstand, maar bovenal een weg van veel gebed en heel veel zegen. Vanuit een terechte kritiek op veel kerkelijk beleven toont hij wat de Bijbel van een christen vraagt en hoe dat gestalte te geven in de praktijk van het leven. Met een open hart en een luisterend oor naar de Ander weet hij wat het betekent verbinding te maken met de ander, de medemens. Zijn boek laat zien dat het evangelie op straat ligt, en dat God wegen gaat die voor veel kerkmensen moeilijk begaanbaar blijken, maar tegelijk voor velen een zegen betekenen.


Recensie in De Oogst, door Gertjan de Jong (maart 2013)  -  pdf

   'God schiep de tijd, maar over haast werd niet gesproken.' Die spreuk hing bij mijn oma boven het schoenen kastje. Goed om dat te beseffen, voor je je schoenen aantrekt. Ook voor evangelisten en pastors is de spreuk toepasselijk. In zijn boek De kroeg als Gods akker laat straatpastor Gerard Vrooland zien hoe je het evangelie ontspannen kunt uitdragen. Zelfs in de kroeg.
   Vrooland schrijft uit ervaring. Tot de zomer van 2009 was hij dominee in een 'gewone kerk'. Een 'gewone' dominee was hij echter niet. Hij had namelijk allerlei contacten in Sliedrechts kroegen en cafés. Hij ontdekte dat deze mensen vaak een Godsverlangen hadden. Alleen voelden ze zich niet thuis in de kerk. De dominee besloot het roer om te gooien. Hij werd dominee van deze kroeggasten. Straatpastor, zo noemt hij zichzelf. Zo ontstond KopS (Kerk op straat) in Pand33, een pand dat werd bestemd voor het jongerenwerk.
   Het is niet enkel een succesverhaal. Kroegjongeren laten zich niet zomaar leiden als makke schapen. Aanvankelijk zorgde de kroegjeugd die zich in Pand33 verzamelde voor flink wat overlast. Buren dreigden zelfs met gerechtelijke stappen. Later groeide in de buurt echter waardering voor het werk van KopS.


Niet haasten

   Vertrouwen en overgave - die woorden kenmerken de levenshouding van Gerard Vrooland. Geen 'evangelisatiekoorts', of om met Paulus te spreken: 'Die geloven haasten niet.' In het voorwoord schrijft de straatpastor: 'Ik heb moet leren dat mijn Herder heel goed zelf in staat is om Zijn schapen te roepen en die toe te voegen aan de kudde. Zodra ik me daarmee ga bemoeien, wordt het een mislukking. Het enige wat ik moet doen, is letten op Zijn aanwijzingen en die volgen. Alleen dan kan de Herder Zijn werk doen.'


Niet in de oren proppen

   Over het evangelie schrijft Vrooland verfrissende dingen. Zoals: 'Jezus propte niet bij alle mensen Zijn boodschap in de oren. Beslist niet! Hij vroeg zelfs de blijvers of ze misschien ook wilden weggaan (Joh. 6:66-67). Jezus was heel ontspannen in Zijn werk als Pastor. Hij zocht niet koortsachtig naar alle mensen om die allemaal mee te slepen naar het Koninkrijk. Hij wachtte rustig af en keek naar de mensen die de Vader Hem wilde geven' (Joh. 6:37-39).


Bijzonder

   Het is bijzonder om te lezen hoe God kroegjongeren op het pad van Gerard Vrooland brengt. Jongeren waarin God vaak al met Zijn werk begonnen is. Vrooland verbindt zich 'met de dingen die God al aan het doen is in de levens van mensen: 'Dus moet ik bij die mensen zijn, waar ze ook zijn! Ik zag het bij twee frivool geklede vrouwen. Topstukken van de kroeg. Ik werd door hen verrast omdat ze mij spontaan vroegen voor een man te bidden die aan de drugs is. Een van de vrouwen was zijn echtgenote en ze was samen met haar vriendin heel erg bezorgd. Daar verbind ik me mee.' Een verrassend boek, dat laat zien dat het Koninkrijk soms op heel onverwachte plekken opbloeit.


Recensie in het Nederlands Dagblad door Gerald Bruins (3 januari 2013)

Noem straatpastor Vrooland geen evangelist

   Bij het brengen van de blijde boodschap is ds. Gerard Vrooland wars van woorden, overtuigen en dwang. Het gaat om verbinden, schrijft de straatpastor uit Sliedrecht in een boek. Daarin legt hij uit waarom hij het woord evangelisatie mijdt. Aanvankelijk had predikant Gerard Vrooland zijn boekje Stop de evangelisatiekoorts willen noemen. Omdat deze ‘ziekelijke houding’ door weinigen herkend zou worden, schrijft hij in De Kroeg als Gods akker (Uitgeverij Maatkamp, Zelhem), zag hij van deze titel af. Maar zij geeft wel aan waar het de Sliedrechtse pastor om gaat: stop met evangeliseren door niet-gelovigen met woorden te overladen en op een ‘drammerige manier’ te overtuigen. Hij zegt voor een nieuwe vorm van evangelisatie te pleiten waarin het gaat om verbinden en om pastoraat bedrijven.


Pand 33

   De predikant weet waarover hij praat. Nadat hij als Nederlands-gereformeerd predikant was neergestreken in Sliedrecht, een dorp in de Alblasserwaard met een ‘relatief hoge concentratie bevindelijke christenen’, begon hij ruim tien jaar geleden cafés te bezoeken om in gesprek te komen met niet-christenen. Dat was in een tijd waarin orthodoxe predikanten daar nauwelijks oog voor hadden - het begrip missionair had nog niet zo’n hoge vlucht genomen als nu. Met zijn vrouw begon hij Pand 33, een jeugdhonk voor Sliedrechtse jongeren. Uit het straatwerk groeide de kerkelijke gemeenschap KopS, wat staat voor Kerk op Straat. Zijn activiteiten buiten de platgetreden paden brachten Vrooland in conflict met zijn gemeente, zodat hij moest terugtreden als predikant. Inmiddels zijn de plooien gladgestreken. Vorig jaar werd de gemeenschap van de ‘straatdominee’ voor ‘mensen die wel bij Jezus horen, maar zich niet thuis voelen in de bestaande kerken of groepen’ geïnstitueerd als Nederlands-gereformeerde kerk.


Verarming

   Vrooland gebruikt het woord ‘evangelist’ niet meer omdat het begrip volgens hem in onze tijd een ‘verarming’ heeft ondergaan. De evangelist in het Nieuwe Testament sprak niet alleen over het goede nieuws, maar toonde de kracht van Gods koninkrijk. Met de boodschap kwamen merkbare zegeningen mee. Woorden én daden. De voorganger kiest zelf voor het woord straatpastor omdat die term zich ‘makkelijker laat koppelen aan zaken zoals luisteren naar de ander, relatie opbouwen en zorg tonen’. Achter deze zin gaat een andere visie op evangelisatie schuil. Het is volgens hem niet Bijbels om niet-gelovigen vanuit een sterk antithetisch kerk-wereldschema te benaderen. Wat concreet inhoudt dat die ander zich moet aanpassen aan de hoge morele regels van kerk en geloof.


Accepteren

   Daar knappen niet-christenen vaak op af, zeker in een kerkelijk dorp als Sliedrecht, merkte Vrooland. In een gesprek in een kroeg zei een man naast hem op de barkruk het hem ronduit: ‘Wat mij aan jullie zo ergert, is dat wij jullie wel accepteren, maar jullie ons nooit!’ De pastor begreep direct wat hij bedoelde, zegt hij. ‘In elk contact met mijn geestelijke familie kreeg hij te horen of liet men hem voelen dat hij moest veranderen. Hij geloofde niet in God en die anderen wel. Die anderen deden het goed en hij niet. Die anderen waren dus beter en hij deugde niet.’


Zoekers

   Vrooland werkt vanuit de visie dat God kinderen heeft in de kroeg. ‘In de cafés ontdekte ik dat ze echt bestaan. Zoekers! Wat ze zoeken, weten ze vaak niet eens. Ze herkennen zelfs niet de innerlijke onrust die kenmerkend is voor zoekers.’ Vrooland gelooft dat God zelfs door de meest notoire kroegtijger iets van zijn genade en liefde kan laten zien. Het vraagt een opmerkzaam hart van de pastor, maar geeft hem vooral ontspanning in zijn straatpastoraat: God weet als Herder zelf wel hoe Hij zijn schapen moet vinden.


Verbinden

   Vrooland legt in zijn manier van evangeliseren de nadruk op verbinden als relatie en verbinden als zorg. In het eerste geval ‘verbind je je met alles wat God als zegen in die ander heeft gegeven’, in het tweede geval ‘verbind je wonden in iemands leven door concreet voor hem een zegen te zijn’. Daarbij is Vrooland niet naïef. Hij heeft in de kroeg liefde gekregen, schrijft hij. ‘Meestal spontaner dan in de georganiseerde kerk. Wel waakzaam blijven met die café-liefde. De diepgang van die liefde is nogal eens zo betrouwbaar als troebel water. Het is niet aan te raden er zonder de nodige nuchterheid in te duiken.’


Prachtige dingen

   Met die houding ervaar je volgens hem prachtige dingen. Zoals die vrouw die door iedereen is uitgespuugd, maar de KopS-gemeenschap als haar familie omarmt. ‘Ik denk ook aan de liefde van die ene alcoholist. Hij is zo op mij gesteld geraakt, dat hij zei dat hij vaak zijn zogenaamde vrienden niet binnenlaat, maar dat voor mij de deur altijd opengaat. En ik merk ook dat ik echt iets voor hem mag betekenen en hij betekent intussen heel veel voor mij!’


Interview met Gerard Vrooland op cip.nl door Jeffrey Schipper (december 2012)  -  web

   Jaren geleden zette dominee Gerard Vrooland een punt achter zijn gemeentewerk. Na jarenlang het evangelie te hebben gedeeld met kerkgangers, getuigt Vrooland nu in de kroeg van Christus. Sinds hij in 2009 in Sliedrecht met het straatpastoraat begon, zijn zeven mensen gedoopt. Ongeveer vijftien mensen hebben opnieuw het geloof ontdekt. Anderen blijken ervoor open te staan. 'Om het evangelie aan te nemen, moeten mensen zich veilig voelen. Als dat niet in de kerk te vinden is, zal er naar andere mogelijkheden gezocht moeten worden', vertelt Vrooland. Onlangs schreef hij het boekje De kroeg als Gods akker.
   Als dominee een kroeg binnengaan, is wat Vrooland betreft te vergelijken met een ongelovige die een kerk binnenkomt. 'Een ongelovige weet bijvoorbeeld niet wanneer hij of zij moet gaan staan of zitten. In sommige kerken is het gebruikelijk dat vrouwen een hoed dragen. Ook worden er allerlei kerkelijke termen gebezigd die een buitenstaander niet kent. Dat maakt mensen, die voor het eerst een kerk bezoeken, onzeker.' Vrooland herkent die onzekerheid als hij de kroeg ingaat. Terugkijkend op zijn 'overstap' naar de kroeg. 'Ik ging een wereld in die de mijne niet is. Maar desondanks besloot ik mijzelf kwetsbaar op te stellen. Door simpele gesprekken ging ik relaties aan met anderen. Stapje voor stapje begrijpen steeds meer mensen meer over Gods redding en Zijn plan.'


'Kerkdiensten' in de kroeg

   Na jaren kroegbezoek wordt het resultaat van Vroolands werk zichtbaar. Zes verschillende groepen houden Bijbelstudies op diverse locaties en één keer per week wordt een 'kerkdienst' in de kroeg belegd. 'Een kroegbaas, waarmee ik in aanraking kwam, was boos op God. Een kind van hem was overleden. Later heeft hij toch zijn kroeg open gesteld voor deze 'kerkdiensten'.' Van een gewone kerkelijke gemeente is geen sprake, want Vrooland werkt bijvoorbeeld niet met een ledensysteem. 'Ik kijk naar waar Gods Geest mij leidt. Voor de dingen die ik als straatpastor signaleer, probeer ik ruimte te creëren.'
   Tijdens samenkomsten in Pand 33 is geen sprake van vaste patronen die in een traditionele kerkdienst naar voren komen. 'Ik houd bijvoorbeeld geen preek. In plaats daarvan kijken we naar films die gaan over de Bijbel', zegt Vrooland. Naar aanleiding van die films ontstaan diepgaande gesprekken over de alledaagse betekenis van het geloof. 'Zo kan ik naar aanleiding van een film de vraag stellen waarom Abraham ervoor koos om alles achter te laten en wat het volgen van Jezus oplevert.' Verder wordt er met name gezongen uit de Opwekkingsbundel. Eén van de vrouwen die de samenkomsten bezoekt, heeft een eigen lied gemaakt. Ze zingt over overgave aan God naar aanleiding van haar blowverslaving. Ook wordt er gecollecteerd, bijvoorbeeld voor projecten in India.


Kerkgemeenschappen

   Hoe komt het dat de mensen die God prijzen in een kroeg, het niet zien zitten om zich aan te sluiten bij een kerkgemeenschap? 'Mensen moeten zich veilig voelen', antwoordt Vrooland. 'Een kerk straalt als het ware deze gedachte uit: wij zijn fatsoenlijk. En als je je niet fatsoenlijk voelt (zoals cafébezoekers, red.) is dat lastig. Ik moet toevoegen dat sommige pinksterkerken en de Alpha-cursus een uitzondering vormen.' In dat opzicht hoopt de predikant dat er in sommige kerken verandering plaatsvindt. 'Ik begrijp dat mensen zich vasthouden aan de veiligheid die kerken bieden. Bovendien is kerkgang waardevol voor de ontwikkeling van het geloofsleven van mensen.
   'Vrooland benadrukt dat de traditionele kerkvorm twee kanten kent. 'Traditie kan helpen bij geloofsontwikkeling maar ook een afgod vormen die vrucht in de weg staat. Want soms komen mensen uit gewoonte een kerk binnen.' Verder wijst hij op het verschil tussen de doelgroepen waarmee hij in aanraking is gekomen en komt: kerkganger en cafébezoekers. 'Mensen die zich regelmatig in de kroeg bevinden, kennen geen vastigheid. De kracht van trouw en vastheid in de kerken is een kapitaal dat gewaardeerd moet worden, maar tegelijkertijd moet er altijd beweging in zitten. Door de kerken is theologische doordenking mogelijk. Die doordenking mag niet alleen over de prediking gaan, maar ook over kerkoverstijgende vragen, zoals: Hoe ga je bijvoorbeeld met diverse culturen om en wat gebeurt er buiten de kerkmuren?'


Dopelingen

   Intussen werpt de bediening van Vrooland zijn vruchten af. Mensen leren om volgeling van Jezus te worden. 'Op een bepaald moment willen mensen daadwerkelijk horen bij de God die wij verkondigen. Dan brengen wij de doop ter sprake. Daarvoor hebben we een bad beschikbaar. Maar we stellen ons heel flexibel op. Zo wilde een man bijvoorbeeld alleen besprenkeld worden in plaats van ondergedompeld. Dat is prima, het gaat er uiteindelijk om dat mensen met Christus gaan leven en in dat proces geven we Gods Geest alle ruimte', aldus de dominee.


Recensie in het blad 'Opbouw' door Willem Smouter (december 2012 / januari 2013)  -  web  -  pdf

   'God is de meest zuivere Persoon. Hij is de Persoon die het bestaan van elke persoon mogelijk maakt. Hij werkt door persoonlijke contacten en Hij verbindt personen aan elkaar tot een lichaam. Dat lichaam kent een beweging, namelijk het bijeenbrengen of oogsten. Dit doet Hij door concrete liefde in de verzorging van noden en persoonlijke contacten. Zo werkt Hij door personen heen. Daarom moest Jezus ook een mens worden om het Persoon zijn van God nog nadrukkelijker neer te zetten op aarde.' Woorden zijn dit van ds. Gerard Vrooland in zijn net verschenen boekje De kroeg als Gods akker - straatpastoraat is verbinden. Het boek is het aansprekende verhaal over en de verantwoording van zijn werk in de kroeg en op straat.


Geen evangelist

   Gerard Vrooland is geen doorsnee dominee zoals ik. In Sliedrecht waar hij in 1999 intrede deed als predikant, heeft hij samen met zijn vrouw Carolien zich gestort op een eigensoortig stuk jeugdwerk en op hun projecten Kerk in de Kroeg en Kerk op Straat. Dat deden ze eerst binnen de plaatselijke kerk en gaandeweg daarbuiten, waarbij KopS (Kerk op Straat) voor Gerard intussen zijn kerk geworden is en niet een project dat hij erbij doet. Typerend is dat hij zich bij dat alles geen evangelist wil noemen maar pastor. Eigenlijk heeft hij een broertje dood aan evangelisten, want dat straalt zo erg uit 'wij zijn goed en jij bent het pas als je verandert'. Eerst had de titel van het boekje dan ook zullen zijn Stop de evangelisatiekoorts, maar iemand had hem getipt dat dit niet zo goed zou overkomen. In plaats daarvan kwam nu de ondertitel straatpastoraat is verbinden en dat betekent zowel het verbinden van wonden als ook de verbinding leggen met wat er goed en van God is in die ander. Vrooland is er zelf een levend voorbeeld van.


Ontwapenend

   Het boekje bevat naast ervaringen en verhalen ook gedeelten met bijbelse uitleg en verantwoording, door de auteur af en toe 'excursus' genoemd. Ik moet bekennen dat ik daar de weg in kwijt raak, omdat ik zijn associatieve argumenten niet kan volgen. Maar het levensechte verhaal van deze pastor die zoveel van God en van mensen houdt, maakt het meer dan goed. Kijk eens, het gaat natuurlijk om een dominee die in de ‘gewone’ kerk onvoldoende ruimte heeft ervaren en dat is pijnlijk. Dus het kan niet anders dan dat het boek begint met de beperkingen van de kerk en met de wonderlijke manieren waarop God deuren opende buiten de kerk. Prima. Als het daarbij blijft (zoals vaak in dit genre) dan krijg ik er jeuk van. Maar het ontwapenende van De kroeg als Gods akker is dat Vrooland ook eerlijk vertelt over zijn eigen beperkingen en vergissingen - en dat hij bovendien per saldo de verbinding met de kerk open houdt. Als hij vertelt over een Henk en een Alie met wie hij zo’n goed contact had dat hij hen wel medewerker wilde maken, maar dat het uiteindelijk vies tegen viel - dan voel ik me als pastor met hem verbonden want zulke dingen overkomen mij ook. Tegelijk verwarmt het me om te lezen hoe Gerard dan gewoon rustig doorgaat met zijn verbindende werk en de timing in Gods hand laat. Als iemand wel contact houdt maar zo te zien de grote stap niet zet, denkt Gerard simpelweg 'Misschien moet ik bij hem wachten tot hij op zijn sterfbed ligt'.


Intussen

   Gerard Vrooland blijft wekelijks de kroegen bezoeken in Sliedrecht en eens in de maand is er Kerk in de Kroeg - er is een café waar ze op zondagmorgen hartelijk welkom zijn als ze maar op tijd vertrekken voordat de grotere innemers arriveren. Daar bestaat een kostelijke reportage van, die de EO maakte: Kerk in de kroeg.
   Als ik ooit in de goot raak, dan zou ik heel graag Gerard Vrooland ontmoeten die eerst een arm om me heen slaat en pas daarna me uitnodigt om de steun van God te ervaren. En voordat het zover is, vind ik het heel mooi om via zijn boekje te leren over de verbindende kracht van Gods liefde die alles overwint.


Interview in ‘Het Kompas’ Sliedrecht door Annika Both (december 2012)

   SLIEDRECHT - Gerard Vrooland maakt zijn ervaringen wereldkundig. Afgelopen week kwam het boek De kroeg als Gods akker uit. Daarin vertelt hij over het ontstaan en de ontwikkeling van Pand 33, Kerk op Straat en Kerk in de Kroeg. Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk schetst Vrooland zijn filosofie. ‘Het gaat om de voortzetting van Gods koninkrijk. Nieuwe vormen van geloofsbeleving zijn het antwoord.’
   Gerard en Carolien Vrooland, oprichters van christelijk jeugdhonk Pand 33 en Kerk op Straat, hebben hectische jaren meegemaakt. Vanwege hun doortastendheid, moed en doorzettingsvermogen hebben de initiatieven zich succesvol ontwikkeld. ‘We voelen ons gezegend en bevestigd dat het zo goed gaat.’
   Gerard voelde al langer de drang om hun ervaringen, zoals hij zelf zegt, wereldkundig te maken en vertrouwt deze toe aan het papier. De werktitel van het boek drukt volgens hem precies uit wat hij duidelijk wil maken: Stop de evangelisatiekoorts. ‘Daar wil ik mee zeggen dat het evangeliseren van nu averechts werkt. Wat je beter kunt doen is helpen, praten, of gewoon een biertje drinken met iemand.’ De ondertitel luidt dan ook Straatpastoraat is verbinden. ‘Ik wil verbinding zoeken met de mensen, hun wonden omwikkelen. Ik wil niet evangeliseren. Ik wil juist Gods zegen en zijn liefde uitdelen.’
   Gerard en Carolien startten zes jaar geleden Pand 33. De ontwikkeling die het jeugdhonk doormaakte is te vergelijken met die van een rollercoaster. Eenmaal in rustig vaarwater bleek Pand 33 voor menig jongere een tweede thuis. In 2009 richtte het stel Kerk op Straat op: christelijke en sociale dienstverlening. Vertrouwen opbouwen is volgens de twee een essentiële eerste stap. Mensen aan de rand van de samenleving zijn namelijk vaak vervuld van schaamte. ‘Een masker ophouden: in elke samenleving gebeurt het. We doen ons algauw beter voor tegenover een ander. Dat hoeft niet. Iedereen heeft een zwakte. Bovendien: van verkeerde keuzes wordt je nog geen slecht mens. We kunnen niet terug in de tijd, we moeten vooruit kijken. Dat is het mooie van het evangelie; er is altijd een boodschap van hoop in te vinden.’
   Kerk in de Kroeg vloeide als vanzelf uit het initiatief voort. ‘Ik ben al eerder de cafés ingegaan en ben vriendschappen met de mensen daar aangegaan. Zij staan best open voor het evangelie, maar gaan niet naar de kerk. Dat terwijl ze wel de behoefte hebben aan blijvend contact, een vast punt in hun leven, een aanspreekpunt in nood.’
   Verbinden is een kernwoord in de filosofie van Gerard en Carolien. ‘Je moet niet in tegenstellingen denken. Wat een ander overkomt is niet anders dan wat jij meemaakt. Wij zijn tenslotte allemaal zoekende. Liefde is daarbij onmisbaar. De uiterste consequentie daarvan is jezelf geven. God heeft zijn zoon gegeven. Dat is ultieme liefde. We moeten het leren geven, én leren ontvangen. Want je krijgt ook zo veel.’
   Gerard legt uit dat Kerk op Straat niet is bedoeld om mensen uit de kerk te trekken. ‘Het is juist bedoeld voor de mensen die geen kerk kunnen vinden.’ Carolien vult hem aan. ‘Het gaat er om dat je vindt wat bij je past. De kerk is niet een gebouw, maar een verzameling van alle christenen.’
   Inmiddels staan er solide teams achter Kerk op Straat en Kerk in de Kroeg. ‘Het is veel meer een beweging geworden. Het is een cirkel die steeds groter wordt. Alles ontstaat gaandeweg. We gaan creatief om met dat wat op ons pad komt en proberen zoveel mogelijk mensen te helpen.’ Op die manier verkondigen Carolien en Gerard de boodschap van God. ‘Dit is één van de experimenten die aanslaan. Het gaat om de voortzetting van Gods koninkrijk. Nieuwe vormen van geloofsbeleving zijn het antwoord.’ Gerard is niet van plan zijn boek, waarin hij zijn deze gedachten deelt, officieel te presenteren. ‘Ik ben er zeker van dat het zijn weg gaat vinden.’