Inleiding op de boeken van het Nieuwe Testament  (hoofdpagina)

Recensie voor het Logos Instituut, door Jan van Meerten (20 februari 2017)  -  web

   'Er zijn heel wat interessante discussies en vraagstukken rond de scheppingsdagen. De eerste, en wellicht meest gevoerde discussie betreft de lengte van de scheppingsdagen. Sommigen betogen, op basis van Psalm 90:4 en 2 Petrus 3:8, dat een dag duizend jaar duurde. Anderen proberen de scheppingsdagen in een evolutiemodel te passen en maken de scheppingsdagen nog veel langer. Mijn persoonlijke overtuiging is dat de scheppingsdagen bestonden uit 24 uur. Vanaf het einde van dag 1 vinden we de frase 'toen was het avond geweest en het was morgen geweest'. Bij mijn weten passen er maar één avond en één ochtend in een dag van 24 uur. Misschien vinden sommigen dit té simplistisch of zelfs naïef. Een mening zonder veel theologisch of theoretisch geweld hoeft echter niet minder waar te zijn.'
   Dat schrijft de voorganger en theoloog Maarten Hertoghs in één van zijn boeken over de Bijbel. De boeken zijn een verademing om te lezen in een tijd van moderne Schriftkritiek waarin alles wat de toets van de naturalistisch-wetenschappelijke kritiek niet kan doorstaan bij voorbaat verdacht of zelfs per definitie niet waar kan zijn. De auteur citeert daarom ds. Ganzevoort: 'Het voornaamste is niet, of iets een officieel etiket 'wetenschappelijk' draagt, maar of het in overeenstemming is met de werkelijkheid.' Hertoghs verwerpt het idee dat Genesis twee scheppingsverhalen bevat en geeft dan een mooie metafoor: 'Het eerste verhaal is als het ware een camera die van elke scheppingsdag een luchtfoto maakt. Het tweede verhaal zoomt in op de schepping van de mens en de plaats waar hij en zij mogen wonen. Daar is helemaal niets vreemds aan. Hetzelfde verhaal, andere invalshoek.' Ook de andere zaken die hij over Genesis (maar ook over de andere Bijbelboeken) schrijft zijn zeer lezenswaardig.
   De serie, die uitgegeven is door Uitgeverij Maatkamp, bestaat uit twee delen: een inleiding op de boeken van het Oude Testament (deel 1) en een inleiding op de boeken van het Nieuwe Testament (deel 2). Deel 1 bevat een voorwoord van prof. dr. H. J. Koorevaar en deel 2 een voorwoord van prof. dr. G. Vleugels. Elk deel begint met een inleiding op resp. het Oude en het Nieuwe Testament. De auteur geeft daarin ook aan hoe de canon gevormd is. Hij volgt de historisch-canonieke methode. Historisch-canonieke wetenschappers houden vast aan het Oude- en Nieuwe Testament als Gods Woord, dit tegenover de historisch-kritische methode waarbij de Bijbelboeken het resultaat zijn van een eeuwenlange bewerking van verhalen. Per bijbelboek bespreekt Maarten Hertoghs de opbouw, het ontstaan, de auteur en de boodschap. Daarbij gaat de auteur moderne uitdagingen niet uit de weg.
   De auteur is wars van de historisch-kritische methode. Zo wijst hij een proto-, deutero- en trito-Jesaja af. Voor hem staat vast dat de auteur één enkele Jesaja betrof. Hetzelfde geldt voor hem van bijv. de bijbelboeken Ezechiël, Daniël en Zacharia. Deze hebben niet meerdere maar één auteur. Maarten Hertoghs ziet vooral ongeloof in de grote daden en almacht van God als bron van de Schriftkritiek: 'Het probleem van de historisch-kritische wetenschappers is dat ze niet kunnen aannemen dat profeten van God dingen te zien kregen die ze menselijkerwijs niet konden zien of weten. Menselijk gesproken is het onmogelijk dat Jesaja schrijft over Kores en dat Ezechiël schrijft over Jeruzalem terwijl hij in Babylon is. De vraag die gesteld moet worden, is niet of het al dan niet mogelijk is wat Jesaja en Ezechiël schrijven, maar of er een God bestaat die zulke dingen door mensen kan doen? Als dat niet zo is, heeft de historische kritiek meer gelijk. Als dat wel zo is, is de Bijbel het Woord van God! Kies vandaag wat u gelooft!'
   De boeken gaan niet alleen over de schepping of Schriftkritiek. Ze zijn geschreven met als doel om een inleiding op geheel de Bijbel te geven. Uiteraard staan er zaken in waar ik het niet of minder mee eens ben, al is dat beperkt tot niet meer dan een handvol voorbeelden. De auteur biedt die ruimte ook, want hij geeft aan dat hij zijn keuzes niet als absolute waarheid ziet waaraan niets af te dingen valt. Daarnaast geeft hij toe dat we niet alle antwoorden hebben op (vermeende) problemen. Zoals bijvoorbeeld de vraag hoe het zit met de grote getallen in Numeri. De boeken zijn door de eenvoudige schrijfstijl uitermate geschikt voor mensen die wel geloven maar nog niet zoveel weten van de Bijbel of die niet gelovig zijn maar toch veel meer willen weten over dat wonderlijke boek dat, met behulp van Gods Geest, harten van mensen kan veranderen. Wil je meer over Gods Woord weten dan zijn deze boeken een absolute aanrader. Voor mensen die de diepte in willen is een literatuurlijst beschikbaar.


Recensie door Guido De Kegel (30 april 2015)  -  voor 'indekerk.be'  -  web

   Dit boek bespreekt alle 27 boeken van het Nieuwe Testament en geeft vooral relevante informatie over hun ontstaan, boodschap, opbouw en hoofdthema’s. Dergelijke achtergrondinformatie is zonder twijfel nuttig voor het beter begrijpen van het Nieuwe Testament. Soms verwijst de auteur daarbij naar standpunten van kritische vrijzinnige theologen, maar hij plaatst zichzelf telkens consequent in het kamp van de orthodoxe bijbelgetrouwe gelovigen.
   In zijn inleiding benadrukt prof. dr. Koorevaar terecht het belang van het Oude Testament voor een goed begrip van Gods heilsplan, voor een goed begrip van het Nieuwe Testament en als leidraad voor een zuivere levenswandel.
   De doelgroep van de auteur bestaat niet uit vakgenoten in de theologie, maar hij richt zich in begrijpelijke taal tot het modale gemeentelid dat wat dieper in Gods Woord wil graven. Dit boek verdient dan ook een breed lezerspubliek in evangelische gemeenten en zal ongetwijfeld van bijzonder nut zijn voor bijvoorbeeld ETS-cursisten. Van harte aanbevolen!


Recensie in De Oogst, door Pieter de Boer (februari 2015)

   Theoloog Maarten Hertoghs heeft een reeks bijbelstudies die hij in zijn gemeente hield, verwerkt in een tweetal boeken. Over alle bijbelboeken schreef hij een korte inleiding, waarin hij de belangrijkste onderwerpen behandelt. De periode waarin een bijbelboek is geschreven, wie de auteur is en de doelgroep komen aan de orde. De tekst bevat verhelderende schema’s en tabellen, zoals de opstelling van de stammen rond de tabernakel zoals beschreven in Numeri 1. Hierdoor is in één oogopslag duidelijk dat de priesters en Levieten midden tussen de andere stammen woonden, direct naast de tabernakel. Een ander voorbeeld is de tabel met het verschil in volgorde van de oudtestamentische bijbelboeken ten opzichte van de Tenach. Ook verrassend is de tabel waarin de Romeinenbrief qua onderwerpen naast de Galatenbrief wordt gezet, waarin opvallende overeenkomsten naar voren komen.
   De insteek van de auteur is een verademing. Hij vermeldt zoveel mogelijk bijbelgetrouwe gegevens en de laat de Bijbelkritiek voor zover mogelijk buiten beschouwing. Anderzijds geeft hij wel eerlijk aan welke passages nog niet opgehelderd zijn. Deze inleidende boeken zijn vooral geschikt als een praktische verdieping van de Bijbel, zonder alle mogelijke discussies te behandelen die er door theologen over worden gevoerd. Het geheel, bij elkaar maar liefst 442 pagina’s, is prettig leesbaar. Kortom, een goed en handig middel om de hele Bijbel beter te leren kennen.