Genade en verantwoordelijkheid  (hoofdpagina)

Recensie door ds. Jenno Sijtsma (5 mei 2015)  -  voor Boekhandel Westerhof  -  web

In deze recensie worden twee boekjes tegelijk besproken:

1 - Genade en verantwoordelijkheid
2 - De beste manier om het evangelie te presenteren

Indringende teksten van Robert Govett

   Eerst maar iets over de auteur. Robert Govett, geboren te Staines op 14 februari 1813, studeerde vanaf zijn zeventiende theologie in Oxford (Worcester College) en was een Anglicaans predikant. Hij vond nogal wat onbijbelse punten in de kinderdoop en werd prompt door de bisschop uit zijn ambt gezet. Het kostte hem tevens zijn academische graad, en zijn jaarlijkse toelage. Govett gaf de rest van zijn leven - hij stierf op 20 februari 1901 - leiding aan een onafhankelijke gemeente in Norwich. Hij was een bewogen prediker, die ervan overtuigd was dat het geloof in Christus een kwestie was van Gods genade, waardoor de mens verzekerd is van het eeuwige leven. Maar na die bekering van de mens moeten absoluut ‘vruchten der dankbaarheid’ volgen om toegelaten te worden tot het duizendjarig Koninkrijk der heerlijkheid.


Een ernstige zaak

   Veel christenen geloven van harte dat Christus voor hun zonden is gestorven. Het is een zekerheid die ze met zich meedragen als een trouwring aan hun hand. Maar voor velen, juist vandaag de dag, is dat verder behoorlijk passief. Hun navolging (wat heet!) bestaat veelal uitsluitend uit kerkgang en bidden en danken bij het eten. Maar Satan weet ook dat Jezus voor de zonden van de mensen is gestorven en hij siddert - overigens terecht! Govett is van mening, en ik zeg het maar in mijn eigen woorden, dat het naar de mens gesproken onredelijk en onacceptabel zou zijn als ieder uitsluitend door het geloof (!) in Jezus als Verlosser en Verzoener ook het Koninkrijk mag binnengaan: dat zou hetzelfde zijn als een echtpaar na het uitgesproken ja-woord ieder een eigen weg gaat, zonder de ander. God is een jaloers God, die zich in Christus totaal heeft ingezet en waarvan de christen mag weten dat Christus nog steeds hardwerkend in de hemel als Voorspraak werkt. Zouden wij uit dankbaarheid en om Gods liefde in Christus te beantwoorden ook niet volledig inzetbaar willen zijn? Heb je Mij hartelijk lief, vraagt Jezus aan Petrus, en professor Holwerda zegt dat de juiste vertaling van het Grieks is: ‘Ben je verknocht aan Mij?’
   ‘Zie, heel mijn hart staat voor U open en wil o Heer Uw tempel zijn’, dat zingen we dan, maar zoals Govett zegt: ‘Ons geloof is geen paspoort voor het duizendjarig rijk, maar onze werken vormen het paspoort.’


Goede werken

   Voor Govett staat de vergeving van de zonden door Christus' verlossend werk centraal. Nogmaals en met andere woorden gezegd, het behouden zijn van de christen is een kwestie van Gods eeuwige verkiezing en zijn rechtvaardiging in de tijd. Govett schrijft in zijn boekje Genade en verantwoordelijkheid: ‘Omdat hij een lid van de Zoon van God gemaakt is en de Heilige Geest in hem woont, heeft hij het eeuwige leven, dat hij niet meer kan verliezen. Maar dan dient zich meteen de vraag aan: hoe wordt in dit aardse bestel de heiligheid gewaarborgd? Om die vraag te beantwoorden wijst Govett voortdurend op de Heilige Schrift, waar Jezus eenmaal zal verschijnen als Koning der koningen en Here der heren, dan zal elk mens voor de rechterstoel moeten verschijnen en rekenschap moeten geven van zijn leven en werken, waarna Christus een ieder zal vergelden naar zijn werken. Uitsluitend wie goede werken heeft gedaan, zal het Koninkrijk der heerlijkheid mogen binnengaan.
   Govett wijst op talrijke teksten waar God een beloner van goede werken blijkt voor de mensen die in woord en daad Christus beleden hebben voor de mensen met alle gevolgen van dien. Ik denk aan de miljoenen christenen, van huis en haard verdreven, die alleen omwille van hun geloof vervolgd, gemarteld en gedood werden, maar die standvastig gebleven zijn. Er moet eenvoudigweg volgens Christus' eigen woorden na de bekering van de mens voor Hem een actieve beleving zijn.
   Ook Jakobus, om maar iemand te noemen, schrijft dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof. Jezus zelf zegt tegen Johannes op Patmos dat de menen die in verbondenheid met Hem sterven gelukkig (of als u wilt ‘zalig’) zijn. En de Heilige Geest zegt er amen op: zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen. Ook in zijn prachtige en zeer leesbare boekje De beste manier om het evangelie te presenteren is Govett duidelijk in zijn bijbelse bewering: de mens die in het geloven Christus navolgt, wordt door God aangesproken en behandeld als een actief en verantwoordelijk wezen, wiens goede werken door God worden beloond.


Verre van gemakkelijk

   Govett is in beide boekjes helder te volgen, en wat hij schrijft spreekt mij bijzonder aan. Tegelijk realiseer ik mij dat er in de navolging veel van de mens door God zelf wordt gevraagd. Ook dat de menselijke verantwoordelijkheid een gegeven is dat een persoonlijke verplichting met zich meebrengt en dat het geloven - als werkwoord - een verre van gemakkelijke zaak is. Maar ook hier geldt dat Jezus zelf gezegd heeft dat alles wat wij de Vader vragen ons gegeven zal worden. Dat zal zeker gelden voor wie van harte in de navolging wil werken en de zegen van God daarin mag ervaren, hoe moeilijk het leven ook maar kan zijn. Woord en Heilige Geest wijzen daarin een betrouwbare weg voor de navolging. Ik wens deze boekjes in veler handen en met nadruk wijs ik erop voor hen die tot de verkondiging van het Woord geroepen zijn en daarover eenmaal verantwoording hebben af te leggen. Voor meelevende gemeenteleden is het ook zonder meer een bron van rijke zegen. Om de prijs hoeft u de aankoop niet te laten en het zijn prachtige cadeaus om als geschenk te dienen.


Recensie in Profetisch Perspectief, door Hubert Luns (voorjaar 2015)

   Inmiddels heeft Maatkamp een heel rijtje boeken van Govett in de etalage staan. Een goede zaak. Opnieuw staan de eindtijdverwachtingen in het vizier. Het thema dat hier behandeld wordt is de tegenstelling tussen ‘behoudenis uit het geloof’ en ‘loon naar werken’. Dat laatste is sinds de reformatie een heikel punt, zelfs zo dat Luther besloot om het boek Jakobus deuterocanoniek te verklaren, dat wil zeggen als onterecht aan de canon toegevoegd. Na de dogma’s van de Katholieke Kerk te hebben afgewezen, had Luther nu zijn eigen dogma gecreëerd.
   Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste wordt op indringende wijze de leer behandeld van verzoening en verlossing en de plaats daarin van de doop. Deel twee behandelt de betekenis van de begane zonden na de bekering en het legt uit hoe goede werken een rol spelen voor een eventuele toegang tot het rijk der hemelen: het duizendjarig (of tijdelijk) rijk, wat de verleende beloning is als de prijs voor de wedloop. Pas later komt de oneindige hemelse glorie, die in dat bestek voor alle bekeerden is weggelegd, ongeacht de vruchten die zij tijdens hun aardse leven hebben voortgebracht. Zo vallen de puzzelstukjes in elkaar.
   Deel 2 begint met de stelling dat de gelovige na zijn bekering het eeuwig leven beërft, dat hij niet meer verliezen kan. In principe heeft hij gelijk, maar een uitzondering blijft wel de onvergeeflijke zonde tegen de Heilige Geest (Matt. 12:31).1 Omdat de vrije wil gehandhaafd blijft, ook na de bekering, is die afval nog steeds mogelijk. Ook de tuchtrede aan de kerk van Tyatira (Openb. 2) schijnt daarop te wijzen. Natuurlijk, Govett erkent dat er onechte bekeringen zijn. Maar zouden er onder de ‘echte’ bekeerlingen geen mensen zijn die ertoe komen hun eerste liefde te verzaken, zo erg dat ze God gaan haten en Lucifer aanbidden? (Openb. 2:4) Zouden dezen ook de hemelse glorie verwerven? Ik denk van niet. Verder vind ik het een prachtig boek!
   Govett maakt duidelijk onderscheid tussen de zonden vóór de bekering en erna. Wat dat laatste betreft wijst hij vooral op de Hebreeënbrief hoofdstuk 3 en 4. Ik eindig nu met een citaat tegen het eind van zijn boek: ‘Er is ‘het evangelie van het Koninkrijk’, ook wel ‘het evangelie der heerlijkheid’ genoemd, wat op het duizendjarig rijk wijst. De ingang in dat Koninkrijk is gerelateerd aan de verschillende gradaties van heiligmaking en de werken van het geloof. De Schrift spreekt over hen die vanwege hun werken geen loon zullen ontvangen, maar die wel het behoud van het eeuwig leven verkrijgen. De verworpen bouwer, wiens werk verbrand wordt, die straf krijgt en zijn brandende huis ternauwernood ontsnapt, zal tóch ‘behouden’ worden (1 Kor. 3:15)!’


1 Aanvulling uitgever

   Wat de onvergeeflijke zonde betreft (de lastering tegen de Heilige Geest), is het wel van belang te bedenken in welke context deze genoemd wordt. Jezus noemde deze zonde toen Hij in gesprek was met de de ongelovige Farizeeën, die het werk dat Hij door de Heilige Geest deed, aan de duivel toeschreven. Zo lasterden zij bewust de Geest. Geen enkele waarachtige christen kan deze zonde vandaag de dag begaan, want dan moet hij net als de Farizeeën Jezus lichamelijk op aarde wonderen zien doen, zeker weten dat het door de Heilige Geest gebeurt, en dan alsnog zeggen dat het door de duivel gedaan wordt. Het lasteren van de Geest is niet hetzelfde als het bedroeven of het uitdoven van de Geest. Deze zonde is dus een bijzondere zonde, een zonde die een christen die de Here Jezus liefheeft nooit zou begaan. Op dit punt ben ik het dus niet met de recensent eens, en zo bedoelt Govett het ook niet.