De opname  (hoofdpagina)

Recensie in Profetisch Perspectief, door G. Hette Abma (winter 2014) - pdf

   Over de verwachting van de opname van de gelovigen zijn de meningen verdeeld. Zelf ben ik er nog niet direct van overtuigd dat er zo iets zal zijn als een opname van de gelovigen. Er worden in dit boek allerlei argumenten genoemd, maar het komt bij mij toch wat gekunsteld over. Het gebruik van bijbelteksten vind ik op zijn zachtst gezegd merkwaardig. Laat me een voorbeeld geven. Jezus zal precies zo wederkomen, zoals Zijn discipelen Hem hebben zien heenvaren, totdat een wolk Hem aan hun zicht onttrok. Daarom komt Jezus straks eerst onzichtbaar uit de hemel terug, terwijl Hij verborgen blijft in de wolken en daarna pas openbaart Hij zich in volle heerlijkheid, lichamelijk en ook voor ieder zichtbaar als de zon der gerechtigheid. We moeten daarbij volgens de schrijver denken aan de verheerlijking op de berg. Er is dan geen sprake van een neerdalende parousia (verschijning in heerlijkheid), maar een ‘stationaire parousia’ (2 Petr. 1: 16). Zo zal dat het geval zijn bij het ‘interval’ in de wolken: dit is de parousia. De reünie is niet in de hoogste hemelen, maar in de lucht. De gelovigen zijn als duiven die ‘terugkeren’ naar hun hemelse duiventil. Daarbij verwijst Panton naar de profeet, die roept: ‘Wie zijn deze die als een wolk komen aangevlogen en als duiven naar hun til’ Jes. 60:8). De epifanie of manifestatie aan de gemeente vindt dus plaats tijdens de parousia (1 Joh. 3:2; 2 Tim. 4:8) en de epifanie aan de wereld wordt uitgesteld tot aan de apocalypsis (2 Thess. 1:7). Daarbij gebruikt Panton een verhaal uit het Oude Testament als typologie. Zeven jaar had Joas zich in de tempel verborgen gehouden en werd toen eerst aan de priesters en de familiehoofden voorgesteld in de voor de buitenwereld onzichtbare plaats in de tempel en pas daarna wordt hij naar buiten gebracht waar elk oog hem kon zien (2 Kron. 22:11-23:1-3 en 11). Joas had dus twee momenten waarop hij verscheen en dat zal bij de Here net zo zijn. Mogen we zo de Bijbel gebruiken om onze stellingen kracht bij te zetten? De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de grote figuren in de geschiedenis der kerk, zoals de kerkvader Augustinus op een identieke wijze konden argumenteren. Wie al zeker is van een bepaald inzicht heeft zo’n bewijs niet nodig en wie nog twijfelt wordt er niet door overtuigd.
   Toch is het van belang kennis te nemen van de doorwrochte studie van Panton. De auteur is pleitbezorger van de partiële opname. De gelovigen worden dus gefaseerd opgenomen. Daarbij moeten we ons realiseren dat het koren pas kan worden ingezameld als het rijp is. Daarom gaat God selectief te werk. We lezen dat Christus de eersteling is en die van Hem zijn zullen later volgen bij Zijn komst (1 Kor. 15:23). Leidend is voor hem wat we lezen in Leviticus 23. Drie weken na de eerstelingen volgt de volle oogst. Op dat moment mag de rand van de akker nog niet helemaal afgemaaid worden (Lev. 23:22).
   Vaak is een bezwaar tegen de idee van de opname dat de gelovigen niet paraat zijn voor de grote beproevingen die zullen komen. Opvallend is dat Panton spreekt over twee grote verdrukkingen (pag. 65). Er is een langdurige verdrukking voor de gemeente door de loop der eeuwen (Joh. 16:33) en de kortere maar zeer pijnlijke in de eindtijd. Ten slotte lezen we in zijn instructieve boek dat bij de opname als voorwaarde geldt dat we waakzaam zullen zijn en volharden in het gebed (pag. 77). Dit is de goede levenshouding, of we verwachten dat de gelovigen worden opgenomen of niet.