De Joden, de heidenen en de gemeente in het Evangelie van Mattheüs  (hoofdpagina)

Recensie in Profetisch Perspectief, door Hubert Luns (winter 2014)

   Al eerder hebben we iets van Govett gezien. Het is een goede zaak dat Maatkamp besloten heeft opnieuw een boek van hem uit te geven. Eindelijk eens een studie die recht doet aan de eindtijdverwachting ten aanzien van de verschillende geroepenen, van hen die geschreven staan in het boek van het Lam. Dat onderwerp is voor de meesten onder ons nog niet vastomlijnd.
   Tot nu toe verkeerde ik in de veronderstelling dat de evangeliën een nogal losse structuur bezitten. Volgens het hier behandelde thema blijkt voor het Mattheüsevangelie een duidelijk plan door alle hoofdstukken heen te lopen. In de opeenvolging van het bijbelse relaas blijkt niets aan het toeval te zijn overgelaten. Een geniale uitwerking die Govett aandraagt! Of moeten we eerder spreken van een geïnspireerde vondst? Terecht zei een collega van hem dat hij zijn tijd honderd jaar vooruit was. Zijn studie is dan ook uiterst actueel. Govett was een man Gods, een gedreven maar tevens zachtmoedig mens, die zich niet liet ringeloren. Dat hebben ze wél getracht! In dit boek komt de relatie aan bod tussen de verschillende groepen die een plaats zullen hebben in het vrederijk. Hij gaat daarbij in op de exacte betekenis van ‘het rijk der hemelen’, een term die in het huidige theologische debat is ondergesneeuwd.
   Govett geeft een sublieme interpretatie van de zaligsprekingen uit de bergrede. Volgens hem, en daar kan ik mij in vinden, staan ze op bedekte wijze in contrast met de positie en de zegeningen van de oudtestamentische wet. Het is voor de discipelen een soort Thora in een notendop, met zegeningen die beginnen bij de aanvang van het duizendjarig vrederijk. In contrast tot deze zaligsprekingen belooft de Levitische wet - als men God trouw blijft - de zegeningen voor het hier en nu. Niet dat het Joodse volk zou zijn buitengesloten van dat vrederijk, integendeel, het vrederijk is immers ook een aards rijk met aardse beloften, dezelfde die de Levitische wet ons voorhoudt.
   Het boek samenvattend kunnen wij stellen dat het Evangelie van Mattheüs gaat over de NATIES of heidenen onder Christus’ koningschap. Aldus wordt het evangelie van de verlossing aan de heidenen verkondigd. We zien ook de zonde van de heidenen in het oordeel van Pilatus en in de bespotting door de soldaten. We lezen over de laatste zendingsmissie, vlak voor Jezus’ wederkomst, en van het droevige resultaat daarvan. Alle volkeren zullen de boodschappers haten. Ten slotte lezen we hoe de volkeren geoordeeld worden. Dat is ook het uur van Israëls aanvaarding van hun koning, daartoe aangespoord door de tekenen die zich aandienen bij het aanbreken van de ‘dag des toorns’, wanneer (zoals Govett zegt) Israëls hart zacht zal zijn geworden. De Here verzekert ons dat Zijn leer geen vernieuwde leer van Mozes is, maar nieuwe wijn die in nieuwe zakken hoort, die naast de oude komen te staan. Als gevolg van die wijsheid zou zowel de leer van Mozes als die van Christus’ bewaard blijven - maar toch ieder in zijn eigen ‘vat’. De reiniging van Israël zal dankzij de gerechtigheid en de opstandingskracht van de grote Geneesheer synchroon lopen met de opstanding uit de dood van de gemeente - waarin vertegenwoordigers zitten van alle groepen op aarde. De kracht van het Koninkrijk zal worden aangewend om in de eindtijd scheiding te maken tussen de goeden en de bozen. Vervolgens zien we de twee leidende groepen van dat Koninkrijk: de aardse afdeling, waarvan de Zoon des mensen de Heerser is, en de hemelse, dat van de Vader, waartoe alleen zij die zijn opgestaan toegang hebben. Bovendien zijn er de heidenen, die in feite de grootste groep vormen. Allen zullen in harmonie met elkaar leven. De animositeit zal verdwenen zijn. Deze ‘ark van Noach’ bestaat net als de oorspronkelijke uit ‘drie verdiepingen’. In dat heerlijke rijk zullen de hemel en de aarde volledig met elkaar verweven zijn. De wapens zullen dan tot ploegijzers zijn omgesmeed. Wij mogen Govett dankbaar zijn dat hij ons dit heeft aangereikt!