Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.



Geestelijk herstel

door Stephen Kaung


Hoofdstuk 1




De noodzaak van herstel

‘Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook’ (Joh. 5:17).

   ‘Door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten’ (Ef. 1:9-10).

   ‘En Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt’ (Ef. 1:22- 23).

   ‘Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam Zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt en dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel, en waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben’ (Kol. 1:15-23). Laten wij bidden:

   ‘Liefhebbende hemelse Vader, wij prijzen en danken U dat het voorhangsel gescheurd is. Wij danken U dat wij met heilige vrijmoedigheid tot Uw troon der genade kunnen komen. Wij prijzen en danken U, wetende dat wij in Uw tegenwoordigheid zijn, en wij verwachten dat het licht van Uw aangezicht in onze harten zal schijnen. Wij vragen of U Uw Woord levend wilt maken in onze harten, opdat het gaat leven en werken in ons tot lof van Uw heerlijkheid. Dat bidden wij in Uw kostbare naam. Amen.’

   De Here heeft deze kwestie van geestelijk herstel als een last op mijn hart gelegd. We zullen met elkaar over vier aspecten van dit onderwerp nadenken: de noodzaak van herstel, wat nodig is voor herstel, de principes van herstel, en de oproep tot herstel.


God is een God die werkt

   Wij weten allemaal dat onze God een God is die werkt. Als God niet werkt, komt er niets tot stand, wordt er niets gedaan en zal God helemaal alleen zijn, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Maar gelukkig is God een werkende God. Als wij Gods Woord openen, lezen we direct: ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde.’ God schiep. Hij werkte. En de Geest Gods zweefde over de wateren. De Heilige Geest is als een hen die op haar eieren zit om ze uit te broeden, door haar warmte op de eieren over te dragen om ze te laten uitkomen.

   En toen zei God: ‘Er zij licht’, en er was licht. Het Woord spreekt, en het gebeurt. Dus we zien dat al direct vanaf het begin dat de drie-enige God de God is die werkt. In het Nieuwe Testament vinden we dit:

   ‘In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is’ (Joh. 1:1, 3).

   Opnieuw vinden we het Woord, de uitdrukking, het spreken, de uitingen van God. God wil Zichzelf uitdrukken, Zichzelf openbaren, Zichzelf bekend maken aan ons, en het is door het Woord dat alle dingen geschapen werden.

   ‘Het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond (…) vol van genade en waarheid’ (Joh. 1:14).

   Het Woord schept niet alleen, het werd ook vlees. Het Woord kwam in de wereld om een bijzonder werk te doen. In Johannes 5:17 zei de Here Jezus: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.’ De Vader werkte en de Zoon werkte. Op de Pinksterdag daalde de Heilige Geest neer uit de hemel en de honderdtwintig aanwezige gelovigen werden door de Heilige Geest tot één lichaam gedoopt (zie Hand. 2). De Heilige Geest is gekomen om een zeer bijzonder werk te doen. In Openbaring 5 lezen we dat de Heilige Geest gelijk zeven horens en zeven ogen is, die in de wereld werden gezonden om een zeer bijzonder werk te doen. We zien dus opnieuw dat de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest allemaal werken, en dat hun werk een zeer bijzonder werk is.


Het werk van God

   ‘Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft’ (Joh. 6:28-29). Deze mensen stelden de Here de vraag: ‘Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?’ En de Here antwoordde en zei tot hen: ‘Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.’ U merkt direct het verschil op tussen de vraag en het antwoord. De vraag was hoe en wat zij moesten doen om de werken Gods te kunnen werken. Voor hen bestaan de werken Gods uit vele werken. God doet vele werken, en die vele werken staan op zichzelf, hebben niets met elkaar te maken.
   Bijvoorbeeld: in het boek Exodus gaf de Here manna aan het volk in de woestijn; dat is het werk van God. De kinderen Israëls zagen de werken Gods, de daden Gods.
   In Psalm 103 zien we dat God Mozes Zijn wegen bekend maakte, en de kinderen Israëls Zijn daden. De kinderen Israëls kenden de daden van God, de werken van God. God deed dit, en God deed dat. Maar Mozes kende Gods wegen. Als wij alleen de werken Gods kennen, zullen wij ons alleen bezig houden met werken; dat wat God gedaan heeft, maar als wij de wegen van God kennen, zullen wij alleen met God zelf bezig zijn. In de ogen van de mensen deed God vele werken, maar in Gods ogen is er slechts één werk te doen. Daarom zei de Here ook in Zijn antwoord: ‘Dit is het werk Gods. U spreekt onder elkaar over de werken Gods en wat u moet doen, maar Ik zeg u dat dit het werk Gods is. God heeft maar één werk te doen. Hij heeft Zichzelf aan slechts één werk verbonden.’
   ‘Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.’ Met andere woorden: er is dat globale, alles overstijgende werk van God, en dat werk is gericht op het realiseren van Gods eeuwig voornemen. Dat eeuwig voornemen is slechts één ding, en daarom is Gods werk ook één werk.
   Als u de Schriftgedeelten die wij gelezen hebben uit Efeziërs en Kolossenzen samenvoegt, kunt u zien dat dit het werk Gods is, dat dit het voornemen van God is.
   Wat is het voornemen van God? Het voornemen van God is Zijn Zoon te verheerlijken, Zijn Zoon erfgenaam te maken van alle dingen, en alle dingen aan Zijn Zoon te geven als Zijn erfenis. Het voornemen van God is een hulp te maken, een bruid, die kan delen in de heerlijkheid en de verantwoordelijkheden van Zijn Zoon. En volgens dit ene voornemen is God aan het werk gegaan, en alle werken Gods zijn gericht op dit ene bijzondere werk. Daarom zei de Here Jezus: ‘Dit is het werk Gods.’ En het werk Gods is dat wij geloven in Hem die God gezonden heeft, en niet proberen de werken Gods te doen. Ons probleem is dat wij altijd nadenken over wat wij moeten doen om de werken Gods te kunnen doen. Wij beseffen niet dat God niet verlangt dat wij iets doen, maar dat wij geloven; geloven in degene die God gezonden heeft. Met andere woorden: wij geloven in Hem en alles wat Hij voor ons gedaan heeft. Door in Hem te geloven, door op Hem te vertrouwen, kan het werk van God gedaan worden in ons, en wordt het ook gedaan in ons. Dat is Gods werk.


Het wezen van Gods werk vandaag

   God is niet alleen een werkende God; er is niet alleen het werk van God. Wij willen ons ook afvragen wat vandaag het wezen, de aard van Gods werk is. Kortgezegd: de essentie van Gods werk is herstel. Het woord herstel zult u wellicht niet in de Bijbel terugvinden, maar wij vinden er wel woorden als herwinnen, vernieuwen, verzoenen, en terugkeren. Al deze woorden zijn beschrijvingen van het feit van herstel. Sommige mensen zeggen zelfs dat de hele Bijbel, van na Genesis 1:1, wat het scheppingswerk is, in feite Gods werk van herstel is. Gods werk vandaag is dus het werk van herstel. Wat is herstel? Als wij denken aan herstel, is de eerste gedachte die bij ons opkomt dat er iets verloren is dat weer terugverkregen moet worden. Als er niets verloren is, is er ook niets te herwinnen. In Lucas 15 had de herder honderd schapen waarvan er eentje verloren was. Hij moest eropuit om dat schaap terug te krijgen, om het schaap te vinden.
   Er was een vrouw met tien schellingen waarvan ze er eentje kwijt was; die schelling moest teruggevonden worden, moest herwonnen worden. Er was een vader die twee zonen had, en een van de zonen werd een verloren zoon, en die verloren zoon moest weer gevonden worden. Bij de gedachte aan herstel denken we meestal aan iets dat er eerst wel was, maar dat men kwijtraakte, en dat dus herwonnen moet worden. Maar in Gods Woord is herstel nog iets meer dan simpelweg terugkrijgen wat kwijtgeraakt was. Volgens Gods Woord betekent het dat alles wordt hersteld naar Gods oorspronkelijke bedoeling.


Het feit van de schepping en het doel van de schepping

   Er is een groot verschil tussen het feit van de schepping en het doel van de schepping. In den beginne schiep God de hemel en de aarde - dat is het feit van de schepping. Maar zelfs toen God de hemel en de aarde schiep, werd het doel daarvan nog niet geopenbaard.
   Het doel van Gods scheppende werk vinden wij in Kolossenzen 1:15-19. En als u naar Openbaring 4:11 kijkt, leest u dat alle dingen zijn geschapen om Zijn welbehagen, omdat Hij het wilde. Met andere woorden: de schepping is niet slechts een kwestie van ‘scheppen’. De schepping is er omdat God het wil. Er zit een wil achter de schepping. Er is dus een verschil tussen het feit van de schepping, en de wil achter - of het doel van - de schepping. Toen God de hemel en de aarde schiep, werd het doel daarvan nog niet geopenbaard, en ook nog niet gerealiseerd. Met andere woorden: er moest nog iets extra’s aan de schepping gedaan worden voordat het doel van de schepping vervuld zou kunnen worden. Herstel is in feite opnieuw het doel vervullen dat God met de schepping had. Herstel is niet alleen het herwinnen van wat eerst geschapen en daarna weer kwijtgeraakt is, maar het is ook het terugkeren naar Gods oorspronkelijke plan om alles terug te winnen. Dat is het principe van herstel in Gods Woord.
   Een illustratie kan een en ander verduidelijken. In Genesis 14 werd Lot gevangengenomen door de vier koningen, en toen Abraham dat hoorde, trok hij uit om Lot en zijn gezin te bevrijden. Maar Abraham kreeg niet alleen Lot met zijn gezin en zijn bezittingen terug, nee, de Here gaf hem ook de koningen en hun families en het hele volk van Sodom in handen. Met andere woorden: Abraham veroverde veel buit. Hij kreeg niet alleen Lot en zijn gezin en hun bezittingen terug, maar veroverde ook de mannen en vrouwen en de rijkdommen van Sodom. Hij kreeg veel meer terug dan hij was kwijtgeraakt.
   U vindt ook een voorbeeld in 1 Samuël 30. Toen David en zijn mannen in Siklag aankwamen, zagen zij dat de Amalekieten de stad binnengevallen waren, en de vrouwen, zonen en dochters gevangengenomen hadden. Maar David liet het er niet bij zitten. Samen met zijn mannen vervolgde hij de Amalekieten en richtte een slachting onder hen aan; zo kreeg David alles terug. Hij kreeg niet alleen zijn eigen gezin terug, en de gezinnen van zijn mannen, maar hij kreeg de buit van de Amalekieten erbij, want de Amalekieten hadden verschillende plaatsen aangevallen en veel buit veroverd. Maar David kreeg alles terug. Deze voorbeelden illustreren dat herstel niet slechts het terugwinnen is van wat was kwijtgeraakt, maar het herwinnen van alles; men krijgt meer terug dan men was kwijtgeraakt. Nu terug naar de realiteit. In Genesis 1:1 staat: ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde.’ In het boek Job lezen wij dat de morgensterren zongen en dat de zonen Gods jubelden toen God de aarde grondvestte (38:7). Met andere woorden: toen God de hemel en de aarde schiep, was alles echt volmaakt. Het was zeer goed. Er was grote vreugde, er werd gezongen, en er was lof en aanbidding in de hemel. In het begin was er harmonie in de hele schepping en werd God in heel het universum grootgemaakt. Waarom? Omdat alle dingen voor Hem geschapen waren; omdat alle dingen Hem aanbaden. Er was geen disharmonie. Er heerste volmaakte vrede en er was volmaakte aanbidding. Toch was het doel van de schepping nog niet vervuld. Er moest nog meer gebeuren.
   Helaas gebeurde er iets voordat God nog meer met de schepping kon doen. En wij weten dat dit de rebellie van de aartsengel Lucifer was. Hij rebelleerde tegen God, en een derde van de hemelse legerscharen volgde hem. God antwoordde echter met straf. Satan - de aartsengel - werd uit het paradijs van God verdreven, en de aarde werd woest en ledig (Gen. 1:2). Het gevolg was verwoesting, troosteloosheid, tekenen van vervloeking, tekenen van straf. Voordat God in staat was Zijn doel met de schepping te vervullen, was de schepping alweer ‘verdwenen’ door de rebellie van de aartsengel.
   Maar God gaf niet op. In het derde vers lezen wij dat de Geest van God over de wateren zweefde, en God zei: ‘Er zij licht’, enzovoort. In zes dagen herstelde God de geruïneerde aarde om deze weer bewoonbaar te maken. God deed nu ‘iets meer’. Met andere woorden: God trekt Zich nooit terug; Hij gaat altijd voorwaarts. Daarom schept God op de zesde dag de mens. De schepping van de mens is de volgende stap naar de vervulling van Gods eeuwige plan met de schepping. In het begin schiep God de hemel en de aarde. De mens werd toen nog niet geschapen. Hij hield dat achter de hand, zodat Hij later nog ‘iets meer’ kon doen. Toen Hij de aarde herstelde om haar bewoonbaar te maken, schiep Hij op de zesde dag de mens. Hij schiep de mens naar Zijn eigen beeld en gelijkenis. Hij gaf de mens heerschappij over alles wat Hij geschapen had, en droeg hem op alle dingen aan zich te onderwerpen. Het is alsof God zei: ‘Mens, Ik heb u geschapen, en Ik vestig Mijn hoop op u om alle dingen weer terug te brengen tot Mijn oorspronkelijke doel, om alle dingen te onderwerpen, om alle dingen weer aan de voeten van Mijn geliefde Zoon te leggen. Dan zult u samen met Mijn Zoon heersen en regeren.’ Hier zien wij hoe God met herstelwerkzaamheden bezig is. Maar helaas, nog voordat de mens geestelijk volwassen was en in staat was om te delen in de verantwoordelijkheid en heerlijkheid van de geliefde Zoon, faalde hij; de mens zondigde in de hof van Eden. God moest naar de hof komen en zeggen: ‘Adam, waar zijt gij?’ God zocht hem. Maar God geeft het nooit op. God ging door met Zijn werk, zelfs toen de eerste mens, Adam, ernstig gefaald had. Daarom zei de Here Jezus in Johannes 5: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe’ (v. 17). De Vader ging door met Zijn werk. Hij gaf niet op, en op zekere dag, toen de volheid des tijds was aangebroken, zond Hij Zijn geliefde Zoon naar deze wereld. De eerste mens, Adam, faalde, maar de tweede mens, Christus, won alles terug.


Gods oorspronkelijke doel met de schepping

   In Kolossenzen 1:15-19 vinden wij het oorspronkelijke doel van de schepping. Wat is Gods wil voor alle geschapen dingen? Vers 15 zegt dat Christus het beeld is van de onzichtbare God. Niemand heeft ooit God gezien, want God is Geest, maar de geliefde Zoon is het volmaakte beeld van de onzichtbare God. Hij is degene die kwam om de Vader te openbaren.


Hij is de eerstgeborene der ganse schepping

   Hij is ‘de eerstgeborene der ganse schepping’ (v. 15). Wij weten natuurlijk dat ‘eerstgeborene’ hier niet betekent dat Hij als eerste van alle schepselen geschapen is.
   De term ‘eerstgeborene’ heeft hier een bijzondere betekenis, want wij weten dat ‘eerstgeborene’ twee betekenissen heeft in de Schrift. De algemene betekenis van het woord is dat u als eerste geboren wordt. Er kan nog iemand geboren worden na u, dus hier betekent het gewoon dat u de eerste bent die geboren wordt. Het is een kwestie van tijd. Maar in de Bijbel heeft de term ‘eerstgeborene’ ook nog een andere betekenis, namelijk die van voorrang en soevereiniteit. Met andere woorden: u bent misschien niet als eerste geboren, maar uw vader kan u wel tot eerstgeborene van de zonen maken. Dat betekent dat hij u de voorrang kan geven boven de andere zonen, en hij kan u gezag geven over de andere zonen. Onze Here Jezus is de ‘eerstgeborene der ganse schepping’. Dat betekent niet dat Hij als eerste is geschapen. Dat is een dwaalleer. Het betekent dat Hij de eerste plaats heeft in alle dingen, dat Hij de voornaamste in de hele schepping is, en dat Hij gezag heeft over de hele schepping. Dat is omdat alle dingen in Hem geschapen zijn (v. 16).


In Hem zijn alle dingen geschapen

   Hoe kunnen alle dingen in Hem geschapen zijn? De gedachte hierachter is dat Hij de architect is. Met andere woorden: als de architect ergens een gebouw wil neerzetten, heeft hij een beeld van dat gebouw in zijn hoofd. Vervolgens maakt hij daar blauwdrukken van, zodat zichtbaar wordt wat hij in zijn hoofd heeft. En ten slotte worden de blauwdrukken omgezet in een gebouw. We kunnen dus zeggen dat het gebouw in het hoofd van de architect zit; het bevindt zich in de architect. Alle kenmerken van het gebouw komen voort uit de architect. Als de architect een heel artistiek persoon is, zal het gebouw ook heel artistiek zijn omdat het de gedachten en het karakter van de architect weerspiegelt. Dus toen God alles schiep, schiep Hij alle dingen in Zijn geliefde Zoon. De geliefde Zoon is de architect. Uit Zijn karakter, uit Zijn gedachten kwamen alle dingen tevoorschijn. Alle dingen zijn dus in Hem geschapen: ‘Alle dingen (…) die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten’ (Kol. 1:16). Alle dingen, niet alleen de dingen in de hemel, maar ook op de aarde; alle dingen, niet alleen de zichtbare, maar ook de onzichtbare, of het nu tronen zijn, heerschappijen, overheden of machten - al deze dingen komen uit Hem voort. Uit Zijn gedachten en karakter zijn al deze dingen geschapen.


Alle dingen zijn door Hem geschapen

‘Alle dingen zijn door Hem geschapen’ (v. 16).

Hij is niet alleen de architect, Hij is ook de bouwkundige, degene die alles maakt. Hij bouwt alle dingen.

Alle dingen zijn tot (voor) Hem geschapen

   Het is niet alleen zo dat alle dingen voor Hem geschapen zijn (v. 16). Hij is ook de erfgenaam, de eigenaar van alle dingen. Daarom is Hij ook de eerstgeborene der ganse schepping, omdat alles uit Hem voortkomt, door Hem geschapen is, en tot Hem terug zal keren.
   ‘Hij is vóór alles’ (v. 17).
   Vóór alle dingen geschapen waren, was Hij er al. Hij was bij de Vader in de eeuwigheid.
   ‘Alle dingen hebben hun bestaan in Hem’ (v. 17).
   Met andere woorden: alle dingen komen bij elkaar in Hem, worden door Hem gedragen, en worden door Hem samengehouden. Dat is de wil van de Vader aangaande de schepping.


Gods wil aangaande de nieuwe schepping

   ‘En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin’ (v. 18). Hij is het begin van de nieuwe schepping omdat de nieuwe schepping aan Zijn karakter is ontleend. En Hij is ‘de eerstgeborene uit de doden’ (v. 18). Alles wat ‘uit de dood opstaat’ komt voort uit - en is gelijk aan - Zijn opstanding. Waarom wordt alles in de huidige schepping en in de nieuwe schepping op deze manier gedaan? Het is opdat ‘Hij onder alles de eerste wordt’ (v. 19). Dat is het oorspronkelijke doel van God met de schepping. Alles is in Hem, door Hem, en voor Hem, zowel in de oude als de nieuwe schepping, opdat Hij de eerste plaats in alle dingen zou hebben. Dat is de wil van de Vader. Maar voordat de wil van de Vader werd uitgevoerd, kwam er rebellie in de hemel en op de aarde. Alle dingen verdwenen, werden verstrooid, verwoest, doelloos en leeg. Het doel van God bleef onzichtbaar en werd niet vervuld. Maar vanaf vers 20 zien wij dat Gods doel vervuld werd in Christus Jezus: ‘En door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, alle dingen weder met hetzelve te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is’ (v. 20).
   Onze Here Jezus kwam naar deze aarde; Hij is de Tweede Mens. De eerste mens verwezenlijkte het doel van God niet. God wilde de eerste mens gebruiken om alle dingen weer aan Gods doel te laten beantwoorden, maar de eerste mens, Adam, faalde, en met hem allen die in die eerste mens waren. Maar God zond de Tweede Mens in de wereld, Christus, Zijn geliefde Zoon, en door Hem verzoende Hij alle dingen. Toen Hij vrijwillig aan het kruis ging, kreeg Hij veel meer terug dan wij normaal gesproken ontvangen. Weet u, wij denken altijd dat, toen Christus stierf aan het kruis, Hij Zijn bloed vergoot voor de vergeving van onze zonden. Wij danken Hem daarvoor.
   Wij danken Hem voor de verlossing die tot ons kwam, maar wij moeten begrijpen dat God nog veel meer heeft gedaan aan het kruis van Golgotha. Aan het kruis van Golgotha verzoende Hij alle dingen met ‘hetzelve’. Sommige vertalingen hebben ‘zich’, maar de juiste weergave is ‘hetzelve’. Wat is ‘hetzelve’? Het is de volheid die daarvóór genoemd wordt. ‘Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken’ (v. 19). Het is die volheid. Met andere woorden: aan het kruis van Golgotha kon de Here Jezus alle dingen weer verzoenen met (terugbrengen tot) de volheid Gods. Dat betekent dat Hij alle dingen opnieuw het voornemen van God liet vervullen. Hij bracht alles terug tot het oorspronkelijke doel. Dat is herstel. Alle dingen bevonden zich in een staat van vijandschap ten opzichte van elkaar. Alle dingen waren verstrooid en in chaos uiteengevallen. Maar aan het kruis van Golgotha heeft de Here door het bloed van Zijn kruis alle dingen ‘vrede gegeven’ - alle dingen in de hemel en op de aarde. Hij heeft alle vijandschap weggenomen. Hij heeft alle chaos weggenomen. Hij heeft weggenomen wat uiteenviel en gaf alle dingen vrede. Hij bracht de harmonie terug in alle dingen. Hij herstelde alles naar het doel dat God oorspronkelijk met alle dingen had. Dat is het werk van de Here Jezus aan het kruis van Golgotha. Hij verzoende alle dingen met Zichzelf, met de volheid Gods.

   ‘Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam Zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te stellen’ (Kol. 1:21-22).

   Het bloed van Golgotha’s kruis heeft niet alleen ‘alle dingen’ verzoend, maar vooral de mens, want er staat:
   ‘Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken.’ In die toestand verkeerden wij.
   Wij waren vervreemd van God, vijanden van God, maar door het kruis van de Here Jezus heeft Hij zelfs ons met Zichzelf verzoend, tot Zijn volheid in het lichaam Zijns vlezes, door de dood. Het bloed van de Here Jezus heeft niet alleen onze zonden weggewassen en ons verlost, maar de Here heeft ook een nieuwe en levende weg voor ons gemaakt door Zijn lichaam, door Zijn vlees. Met andere woorden: toen Zijn lichaam verbroken werd, werden ook wij gebroken in Hem; toen Hij gekruisigd werd, zijn ook wij gekruisigd; toen Hij begraven werd, zijn ook wij begraven; toen Hij uit de dood opstond, stonden ook wij op uit de dood. De Here heeft aan ons meer gedaan dan aan alle andere dingen. Het bloed heeft alle dingen gereinigd en gezuiverd, maar Zijn gebroken lichaam heeft meer voor ons gedaan dan het bloed. Door Zijn gebroken lichaam, door Zijn dood en opstanding, zijn wij in het nieuwe leven gebracht, in een nieuwe schepping.
   Wij zijn een nieuwe schepping geworden, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Dat is omdat het onze bestemming is Zijn ‘wederhelft’ te worden, Zijns ‘gelijke’, opdat Hij ons voor Zich kan stellen, heilig - afgescheiden, bijzonder, uniek; onbesmet - onbezoedeld, zonder schuld; en onberispelijk - er is niets meer wat tegen ons gebruikt kan worden. Hij wil ons zo voor Zich stellen. Dat is wat Efeziërs 5 zegt over de gemeente: ‘Om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet’ (v. 26-27). Dat is herstel.
   Aan het kruis deed de Here Jezus een werk van herstel. Hij heeft ons ‘hersteld’, of teruggewonnen. Hij heeft niet alleen onze zonden vergeven, Hij heeft ook onze oude mens, de oude schepping, aan het kruis genageld. Hij heeft deze ‘uitgeschakeld’ en maakte ons tot een nieuwe schepping, opdat wij Zijn bruid, Zijns ‘gelijke’* zouden worden en als zodanig voor Hem gesteld zouden worden.
   Dat is wat Christus heeft gedaan aan het kruis. Daar legde Hij het fundament van een volledig herstel.
   Met andere woorden: wat Christus betreft, zijn alle herstelwerkzaamheden die gedaan moeten worden al gedaan. Het is volbracht. Het is al klaar. Het fundament is gelegd.

   ‘Indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie’ (Kol. 1:23).
   In vers 22 lezen wij dat onze Here Jezus ons heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zijn volheid zal stellen. Dat is wat Hij gedaan heeft. Wat Hem betreft is het al klaar, want bij God is geen toekomst of verleden, maar alleen een eeuwigdurend heden. Wat de Here betreft is het al volbracht, maar wat ons betreft moet het nog gedaan worden. Dat is waarom in vers 23 het woord ‘indien’ gebruikt wordt. Wanneer u het woord ‘indien’ in de Bijbel leest, weet u dat het niet verwijst naar de eeuwige waarheid van God aangaande het werk van Christus. Wat Christus gedaan heeft, is eeuwig waar; het is al klaar; het is eeuwig. Maar wanneer u het woord ‘indien’ tegenkomt, verwijst het altijd naar ons. Het verwijst naar onze subjectieve ervaring. Wat de objectieve waarheid betreft, is Gods herstelwerk al klaar. In Christus Jezus is dat werk al volbracht. Maar wat onze subjectieve ervaring betreft, moet er nog iets extra’s worden gedaan. God is nog steeds aan het werk in ons, al zijn wij al gered en verlost, en al zijn wij al de nieuwe schepping binnengegaan. Dat is de reden voor de aanwezigheid van het woord ‘indien’. ‘Indien’ betekent dat er nog iets meer gedaan moet worden: ‘Indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie’ (v. 23). Broeders en zusters, wij zijn in het geloof. Wij hebben geloofd, en omdat wij geloofd hebben, hebben wij ontvangen wat Christus voor ons aan het kruis heeft gedaan. Daarom zijn wij nu een nieuwe schepping. Maar blijven wij gegrond en standvastig in dat geloof? Zijn wij stevig in Christus geworteld? Dat is onze verantwoordelijkheid in deze kwestie van herstel. God heeft iets aan en in ons gedaan. Maar Hij zegt dat wij in het geloof moeten blijven, en ons niet moeten laten afbrengen van de hoop van het evangelie. Wat betekent ‘blijven’ in het geloof? God heeft ons in het geloof gebracht; Hij heeft ons in Christus geplaatst. ‘Uit Hem (God) is het, dat gij in Christus Jezus zijt’ (1 Kor. 1:30). God heeft ons in het geloof gebracht, in alles wat Christus voor ons heeft gedaan. Hij heeft ons daar gebracht, maar wij moeten daar blijven, wij moeten daarin voort blijven gaan. Wij moeten daar standvastig in leven. Wij moeten dat geloof ons ‘thuis’ maken. Wij moeten daar niet uitgaan. Wij moeten er dichtbij in de buurt blijven en niet weggaan; wij moeten juist gegrond en standvastig in dat geloof blijven, en vasthouden aan de hoop van het evangelie. Dat is onze verantwoordelijkheid. Als wij in het geloof blijven, als wij aannemen wat Christus heeft gedaan, en als wij de Heilige Geest toestaan dat werk in ons te voleindigen, wordt het herstelwerk van God ook in ons volbracht. Maar als wij niet in het geloof blijven, dat wil zeggen als wij de Heilige Geest niet toestaan ‘in ons te werken’ wat Christus aan het kruis heeft volbracht, zal het herstelwerk van God in ons leven gehinderd en vertraagd worden. Dit herstelwerk van God is dus een ernstige zaak. Er rust een verantwoordelijkheid op ons.
   Broeders en zusters, wij leven aan het einde van de laatste dagen, en ik ben ervan overtuigd dat wij beseffen dat wij in zware tijden leven. Wij merken dat in onze tijd de druk steeds zwaarder wordt, ja dat zij gestadig toeneemt in intensiteit. Er zijn veel verleidingen, veel valse profeten, en veel valse leraars en valse apostelen. De vijand probeert ons af te brengen van de hoop van het evangelie, en als wij niet gegrond en standvastig in het geloof blijven, zullen wij gemakkelijk afdrijven. Maar als wij dat toelaten, zullen wij teleurgesteld raken, ontmoedigd worden, en zelfs ons geloof verliezen. Als wij dat doen, werken wij niet mee aan Gods herstelwerk in de eindtijd, maar hinderen wij het juist. Het is nu niet de tijd om terug te treden; het is de tijd om voorwaarts te gaan. Weet u, God gaat altijd door. Wat er ook gebeurt, Hij zal nooit een stap terug doen. Uiterlijk kan het lijken alsof God veel tegenslag heeft, maar in werkelijkheid gaat Hij altijd vooruit. Hij blijft doorwerken totdat Hij Zijn doel met de schepping volledig verwezenlijkt heeft, namelijk dat Zijn Zoon alle dingen zal beërven, dat alle dingen in Christus samengevat zullen worden, en dat Hij Zijn verheerlijkte bruid zal hebben. God blijft daarnaartoe werken, maar wij hebben ook een taak. Wij moeten met de Heilige Geest samenwerken! Wij moeten in het geloof blijven! Wij moeten jagen naar het doel, opdat het herstelwerk van God volledig gerealiseerd kan worden.
   Dat is de boodschap die ik deze morgen op mijn hart heb. Wij moeten het herstelwerk van God ontdekken, en als wij het zien, moeten wij onszelf aan de Heilige Geest overgeven en Hem alles wat Christus voor ons heeft gedaan aan het kruis in ons uit laten werken.


Laten wij bidden:

   ‘Liefhebbende hemelse Vader, wij prijzen en danken U, want de mens mag dan falen, U faalt nooit. Wij danken U Here, want U werkt door totdat U het doel met Uw schepping hebt bereikt. U hebt Uw geliefde Zoon naar de aarde gezonden, en aan Golgotha’s kruis heeft Hij alles teruggebracht; Hij heeft alles hersteld. O, wij danken U voor het volbrachte werk van Christus aan het kruis. En nu Here, danken wij U dat U ons hebt gered. Wij danken U dat U ons in Christus hebt geplaatst. Wij danken U voor alle werken die Christus voor ons heeft gedaan, en dat U de Heilige Geest aan ons gegeven hebt om in ons en onder ons die werken tot volle wasdom te laten komen. Here, wij bidden U dat wij geen volk zullen zijn dat zich tegen U verzet, dat Uw werk hindert, maar dat wij een volk zullen zijn dat zich aan U overgeeft en dat de Heilige Geest de gelegenheid geeft ons te vervolmaken, en het werk te volbrengen waarvoor Hij gezonden was. En Here, wij verlangen ernaar dat dit werk van herstel spoedig wordt vervuld. Here, dat is onze hoop, dat is onze verwachting. Hoezeer verlangen wij naar de dag dat Christus terugkomt om Zijn bruid te ontvangen, naar de dag dat heerlijkheid de aarde zal vervullen. O Here, wij zien uit naar die dag. Daarom vragen wij U ons in Uw hand te nemen en in ons te werken. Wij vragen U dit in Uw kostbare naam. Amen.’

* Hiermee wordt uiteraard niet bedoeld dat wij aan God gelijk zijn. - Vertaler.