Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

Het beste van het koren - deel 3


door Watchman Nee


Het eerste deel van hoofdstuk 43 - Profetie


De interpretatie van het boek Openbaring


    De interpretatie van het boek Openbaring is voor uitleggers een bron van onenigheid. Over het algemeen zijn er drie stromingen, namelijk (1) de preteristen, (2) de historicisten en (3) de futuristen.
   De preteristen stellen dat heel Openbaring, of het overgrote deel ervan, is vervuld in de strijd tussen de gemeente en het Romeinse Rijk, met de overwinning van de gemeente als uiteindelijk resultaat. Een dergelijke uitleg is te abstract en wordt dan ook door orthodoxe uitleggers afgewezen.
   De historicisten (de vertegenwoordigers van de historische school) menen dat de profetieën in Openbaring de gehele geschiedenis van de gemeente omvatten en dat zij ons openbaren hoe boze aardse machten tegen de gemeente strijden. Deze uitleg was erg populair in de tijd van de Reformatie en werd in de negentiende eeuw nog steeds sterk gepropageerd. Vooral toen Napoleon opkwam, werd dit als de juiste uitleg gezien. Onder de protestanten zijn er mensen die deze leer aanhangen en die de paus en de rooms-katholieke kerk zien als de antichrist en het beest. Ook Maarten Luther deelde die opvatting. Maar de rooms-katholieke commentatoren stelden daar tegenover dat het protestantisme de antichrist was. Zij beweerden zelfs dat zij het getal 666 in de naam van Maarten Luther gevonden hadden. Eind achttiende, begin negentiende eeuw hielden velen onder Gods volk Napoleon voor de persoon die in Openbaring 13 genoemd wordt. En veel getallen in het boek werden willekeurig uitgekozen om een bepaalde profetische periode te bepalen; zo werd bijvoorbeeld van de drieënhalf jaar gezegd dat deze stonden voor de beproevingen in hun eigen tijd.
   De futuristen houden vast aan de mening dat het grootste deel van de profetieën nog in de toekomst in vervulling moet gaan. Zij denken dat vanaf hoofdstuk 4 en verder er nog geen letter is vervuld. De hoofdstukken 2 en 3 spreken over de gemeente. Pas nadat de periode van de gemeente is afgesloten, kan er iets van hoofdstuk 4 in vervulling gaan. De hoofdstukken 6-19 verwijzen naar gebeurtenissen die aan het einde van de laatste zeven van Daniëls zeventig weken zullen plaatsvinden. En zelfs Daniëls ‘zevens’ kunnen pas beginnen nadat de kerkgeschiedenis is voleindigd. Met deze uitleg kunnen wij het eens zijn, daar hij het meest overeenstemt met de profetieën die in andere bijbelboeken gevonden worden.
   Toch is het niet onze bedoeling om een ‘mening’ uit te werken! Moge de Here ons daarvoor behoeden. Wij verlangen alleen naar Zijn waarheid. Dat Zijn Geest ons in alle waarheid moge leiden en ons in staat zal stellen Gods Woord te verstaan. Het zal duidelijk zijn dat er tussen deze drie scholen veel onenigheid is over de uitleg van Openbaring. Maar wij hebben als doel dat te zien wat God ons wil openbaren, niet om een of andere menselijke stroming of mening te verdedigen. Daarom zullen wij niet alle voor- en tegenargumenten naar voren brengen, ook al zouden sommige mensen dit wel graag willen. Dat is niet opbouwend. Toch moeten we er een paar woorden aan wijden om te laten zien dat zowel de preteristen als de historicisten falen.
   De preteristen hechten aan de mening van de rationalistisch ingestelde leraren. Uit de gemeente van de eerste eeuw geloofde niemand dit. Want het beperkte het blikveld van wat Johannes zag tot enkel de Romeinse vervolging van christenen. De profetie krijgt hierdoor slechts een allegorische waarde en voorzegt slechts de nederlaag van de Romeinen. De historische school daarentegen zwakt de ernstigste waarschuwingen aan de mensen van deze eindtijd af, zodat zij niet kunnen weten hoe ernstig en hevig de toorn van God kan zijn. Laten wij daarom duidelijk zijn over wat de Bijbel leert.
   In 1 Korinthiërs 10:32 verdeelt Paulus de mensheid in drie hoofdcategorieën, namelijk Joden, heidenen en de gemeente van God. In de tijd van het Oude Testament was er geen gemeente omdat zij door de Here pas in de periode van het Nieuwe Testament werd ingesteld. Aangezien Openbaring het laatste boek in de Bijbel is en dus een samenvatting van de hele Schrift, zou het ons natuurlijk moeten laten zien hoe het uiteindelijk met deze drie categorieën afloopt. De preteristen menen echter dat Openbaring alleen naar de geschiedenis en de strijd van de gemeente verwijst. Ook de historische school beperkt de profetie tot de ervaringen van de gemeente na Johannes dagen. Beide zien wel de gemeente in Openbaring, maar negeren de Joden en de heidenen. Zo’n mening is te eenzijdig en maakt dat de openbaring van God in de Bijbel niet volmaakt is. Volgens hun uitleg zouden wij immers in het duister blijven tasten zowel waar het de Joden als de heidenen betreft.
   Toch zouden wij verwachten dat wij in dit laatste bijbelboek kunnen zien (1) welke weg de gemeente op aarde aflegt naar haar toekomstige heerlijkheid, (2) hoe de Here het Joodse overblijfsel door de grote verdrukking heen zal beschermen en het de beloofde zegeningen laat beërven zoals door de profeten voorspeld, en (3) het oordeel over de heidenen die zondigen en niet geloven, en de vreugde voor die heidenen die tot de Here komen.
   Ik ga niet twisten over de vraag welke uitleg juist en welke fout is. Er moet natuurlijk een juiste uitleg zijn die overeenkomt met alle profetieën in het Oude en het Nieuwe Testament en die ons geestelijk verder helpt.
   Waar kunnen wij die juiste uitleg vinden? Elk antwoord staat in het boek zelf. Wat dit boek Openbaring ons vertelt, is zeer betrouwbaar. Wij hoeven niet veel tijd te besteden aan onderzoek naar de interpretaties en ideeën van de verschillende stromingen. Wij kunnen zelfs termen als ‘preterist’ en ‘futurist’ negeren. Het directe onderzoek van de Schrift is de beste manier. Want ik geloof dat onze Here Jezus Christus zelf in de tekst van Openbaring ons de sleutel tot de interpretatie gegeven heeft.



De sleutel tot de interpretatie van het boek Openbaring


    In elk boek van de Bijbel staat een sleutelvers waarmee dat boek geopend kan worden. Dus hopen wij het sleutelvers in Openbaring ook te vinden, zodat wij ook van dit boek een duidelijk overzicht kunnen krijgen. Waar staat dat vers? De Here Jezus zelf beval Johannes dit boek te schrijven; laten we dus kijken hoe Johannes de opdracht kreeg: ‘Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is en hetgeen na dezen geschieden zal’ (1:19).
   De Here liet Johannes drie hoofdpunten noteren: ten eerste wat Johannes gezien had, ten tweede wat nu is, en ten derde wat nog gebeuren zal. En zo heeft Johannes het opgeschreven. Toen hij op het punt stond te gaan schrijven, had hij al een visioen gezien; daarom was het visioen dat hij zojuist gezien had het eerste wat hij moest beschrijven. Daarna vervolgde Johannes met het noteren van ‘hetgeen is’ en hij eindigde met een beschrijving van ‘hetgeen na dezen geschieden zal’. Dit vers wijst dus op het verleden, het heden en de toekomst. .



De drie hoofdindelingen van het boek Openbaring


    Als we dit als de sleutel nemen, moeten we het boek Openbaring in drie onderdelen verdelen. Hoe kunnen drie onderdelen worden gemaakt in een boek met tweeëntwintig hoofdstukken? Laten we beginnen met het derde deel, voordat we het eerste en tweede behandelen. In hoofdstuk 4 staat een vers dat duidelijk aangeeft waar het derde deel in dat hoofdstuk begint: ‘Na deze dingen’, zei Johannes, ‘zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel; en de eerste stem, die ik gehoord had, alsof een bazuin met mij sprak, zeide: Klim hierheen op en ik zal u tonen, wat na dezen geschieden moet’ (4:1). Met ‘wat na dezen geschieden moet’ moeten dingen bedoeld zijn die op de eerste drie hoofdstukken volgen. Openbaring 1:19 geeft aan dat de derde onderverdeling gaat over ‘hetgeen na dezen geschieden zal’. Dus is het duidelijk dat dit derde deel van Openbaring begint bij hoofdstuk 4 (en omdat het boek slechts drie delen kent, moet het derde deel hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 22 zijn). Dan blijven alleen de eerste drie hoofdstukken over voor het eerste en tweede onderdeel van het boek.    Openbaring 1 gaat over wat Johannes zag. In vers 11 staat: ‘Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek’, en in vers 19 krijgt Johannes de opdracht te schrijven ‘hetgeen gij gezien hebt’. In de tijd tussen deze twee verzen zag Johannes het visioen, wat hetgeen hij zag vertegenwoordigde. Daarom vormt hoofdstuk 1 het eerste deel van het boek. Aangezien we hebben opgemerkt dat het hele boek volgens zijn eigen beschrijving in drie delen is onderverdeeld; daar hoofdstuk 1 het eerste deel is en hoofdstuk 4 tot en met hoofdstuk 22 het derde deel, kunnen we concluderen dat de hoofdstukken 2 en 3 het tweede deel moeten zijn. In die hoofdstukken vinden wij ‘hetgeen is’, en dat zijn de onderwerpen die de gemeente betreffen. Johannes leefde in de bedeling van de gemeente en daarom wordt de gemeente aangemerkt als ‘hetgeen is’. De hoofdstukken 2 en 3 geven de profetische geschiedenis van de gemeente op aarde weer, vanaf haar begin tot haar einde. Het begint met de Efeziërs die hun eerste liefde verzaken (2:4) en eindigt ermee dat de Here de Laodiceërs uit Zijn mond spuwt (3:16). De hele geschiedenis van de gemeente wordt uitgebeeld door deze zeven plaatselijke gemeenten. Omdat ‘hetgeen na dezen geschieden zal’ volgt op ‘hetgeen gij ziet’ en ‘hetgeen is’, worden de dingen die vanaf hoofdstuk 4 beschreven zijn pas vervuld als de kerkgeschiedenis is voltooid.
   Hoewel het einde nu echt nadert, moeten we erkennen dat de gemeente nog steeds op aarde is en dat haar tijd dus nog niet helemaal vervuld is. Dit is wat de Schrift leert. Openbaring 1:19 is in feite de sleutel die de geheimen ontsluit waarmee dit boek is omhuld. En door dit vers weten we nu hoe we Openbaring moeten interpreteren. …



De jaar-dagtheorie


    De studie van de profetieën heeft onder gelovigen een slechte reputatie gekregen vanwege de zogenaamde jaar-dagtheorie. Volgens deze theorie worden veel getallen in de Schrift berekend vanuit de veronderstelling dat een dag een jaar zou zijn, waarmee voorspellingen over de precieze datum van de tweede komst van de Here Jezus aangemoedigd werden - een bezigheid die duidelijk ingaat tegen de uitspraak van de Here dat niemand de datum van Zijn terugkeer kent, ook Hijzelf niet (in ieder geval toen Hij op aarde was). Vervolgens hebben enkele uitleggers geprobeerd Gods Woord zodanig te verdraaien dat het in hun jaar-dagtheorie zou passen. We willen echter niet over deze theorie discussiëren, we willen de juiste betekenis van het begrip ‘dag(en)’ boven tafel krijgen.
   De voorstanders van de jaar-dagtheorie baseren hun visie op Numeri 14:34 en Ezechiël 4:6. Laten wij eerst Numeri bekijken: ‘Overeenkomstig het aantal dagen, gedurende welke gij het land verspied hebt, veertig dagen, zult gij uw ongerechtigheden veertig jaar lang boeten, voor elke dag één jaar, opdat gij weet wat het betekent, als Ik Mij afkeer.’ Hier wordt ons verteld dat de kinderen van Israël door God veertig jaar lang werden gestraft, een jaar voor elke dag dat zij het land bespied hadden. Maar dit kan niet op dezelfde manier worden toegepast op de andere ‘dagen’ die in de Schrift genoemd worden, en zeker niet op de ‘dagen’ in Openbaring. Dan de tekst in Ezechiël: ‘Als gij dit hebt volbracht, zult gij opnieuw gaan liggen, op uw rechterzijde; dan zult gij de ongerechtigheid dragen van het huis van Juda: veertig dagen; voor elk jaar leg Ik u een dag op.’ Hier zien we hoe God Ezechiël opdroeg in een bepaalde houding te gaan liggen als antwoord op de ongerechtigheid van Juda. Dit heeft niets te maken met de andere ‘dagen’ die in de Bijbel gevonden worden. Laten wij nog een paar passages bekijken.
    (1) ‘Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen’ (Gen. 7:4). Wachtte God zeven jaar en liet Hij het daarna veertig jaar lang regenen? Nee, want het wordt als volgt uitgelegd: ‘Na zeven dagen kwamen de wateren van de vloed over de aarde (…). En de slagregen was veertig dagen en veertig nachten over de aarde.’ (vv. 10, 12). Hier is een dag geen jaar.
    (2) ‘Toen zeide Jozef tot hem: Dit is de uitlegging ervan: de drie ranken, dat zijn drie dagen; binnen drie dagen zal Farao uw hoofd verhogen en u in uw rang herstellen, en gij zult Farao de beker in de hand geven, zoals gij tevoren placht te doen, toen gij zijn schenker waart’ (Gen. 40:12-13). Werd de hoofdschenker na drie jaar uit de gevangenis vrijgelaten? Helemaal niet: ‘Op de derde dag nu, de geboortedag van Farao, maakte hij een maaltijd voor al zijn dienaren. En hij verhief het hoofd van de overste der schenkers en het hoofd van de overste der bakkers te midden van zijn dienaren. Want hij herstelde de overste der schenkers in zijn schenkersambt, zodat hij de beker weer in Farao’s hand gaf’ (vv. 20-21).
    (3) ‘Toen zeide de Here tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood uit de hemel laten regenen (…). En als zij op de zesde dag bereiden wat zij hebben binnengebracht, dan zal dit dubbel zoveel zijn als wat zij op de andere dagen verzamelen’ (Ex. 16.4-5). De kinderen Israëls gingen elke dag eropuit om manna te verzamelen, niet eens per jaar.
    (4) God gaf aan de kinderen van Israël vlees dat zij ‘een volle maand lang’ moesten eten (Num. 11:19-20). Zij aten niet dertig jaar lang vlees.
    (5) ‘Binnen drie dagen zult gij de Jordaan hier overtrekken’ (Joz. 1:11). Wat gebeurde er toen? Staken de kinderen Israëls na drie jaar de Jordaan over? Nee, dat deden ze na drie dagen.
    (6) ‘Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten’ (Matt. 12.40). Was de Here Jezus drie jaar lang in het hart der aarde? Uit het bijbelse verslag maken wij op dat Hij daar slechts drie dagen en drie nachten was.
   Wij kunnen dus uit al deze bewijzen concluderen dat de jaar-dagtheorie niet klopt. Als enkele van de ‘dagen’ in Openbaring als jaren moeten worden gezien, moeten de andere ‘dagen’ in Openbaring ook als jaren worden gezien. In dat geval zouden de drieënhalf jaar van de grote verdrukking (de twaalfhonderdzestig dagen) twaalfhonderd-zestig jaar zijn; en dan zou het duizendjarig rijk drie-honderdzestigduizend jaar duren. Wij weten uiteraard dat zulke berekeningen niet kunnen kloppen.
   Laten wij er dus op vertrouwen dat de Heilige Geest ons leidt als wij het Woord van God lezen. Laten wij zulke vreemde ideeën niet overnemen. De Bijbel is wel heel bijzonder, maar hij moet niet op zo’n vreemde, bizarre wijze worden uitgelegd. Wij moeten leren om God ook meer te gehoorzamen in onze overdenkingen; dan is de kans ook niet zo groot dat wij Zijn Woord verkeerd begrijpen. …



Een korte samenvatting van wat komen gaat


    Om een goed overzicht te krijgen van het boek Openbaring beëindigen we deze studie met een korte samenvatting van de gebeurtenissen in de eindtijd. Eerst zullen de overwinnende gelovigen opgenomen worden. Allen die het kruis diep in hun leven hebben laten doorwerken zullen opgenomen worden. Maar zij die gered zijn en zich nog met de wereld inlaten en compromissen sluiten met de zonde zullen op aarde blijven en door de grote verdrukking gaan. Alleen de overwinnende, wakende heiligen zijn klaar om ontvangen te worden door de Here (de rest van de geredde gelovigen zal de grote verdrukking meemaken en bij het geluid van de zevende bazuin ontvangen worden). Dit alles heeft betrekking op christenen.
   In die dagen zal het oude Romeinse Rijk weer opkomen en een zeer sterke persoonlijkheid tot keizer hebben. Deze leider zal bijzondere krachten krijgen van Satan om tekenen en leugenachtige wonderen te doen. Hij zal zichzelf Christus noemen en de harten van vele Joden winnen. In die tijd zijn de Joden al naar hun eigen land teruggekeerd, maar het merendeel van hen zal ongelovig zijn. Zij zullen de tempel herbouwen en hun vroegere eredienst en offerdienst hervatten. Uit angst voor krachten van buiten zullen zij een zevenjarig verbond sluiten met de antichrist om zijn bescherming te krijgen. Ongetwijfeld zal er nog een deel overblijven dat in het Woord van God gelooft en de valse messias verwerpt.
   Halverwege deze zeven jaren zal er een teken te zien zijn in de hemel, want dan wordt de rode draak (Satan) uit de hemel op aarde geworpen. Hij zal de heiligen van God haten - de Joden die van God getuigen. Hij zal het hart van de antichrist - de Romeinse keizer - opwekken om deze gelovige Joden te bestrijden. Maar net zoals Satan iedereen vervolgt die bij God hoort, zo zal God iedereen straffen die bij Satan hoort. De ‘bazuinen’ en ‘schalen’ waarover Openbaring spreekt, zijn manifestaties van Gods toorn tegen de antichrist en de bewoners van de aarde. Terwijl God de wereld straft, verwacht Hij nog steeds dat zij zich zal bekeren, maar de wereld zal volharden in het kwaad en zich niet bekeren.
   De antichrist zal door de kracht van Satan zijn verbond verbreken, alle offers laten ophouden en een afgodsbeeld oprichten - de gruwel der verwoesting - zodat de mensen hem gaan aanbidden. De valse profeet zal naar voren treden en het volk ertoe bewegen het beeld te aanbidden. Zodra het beeld is opgericht, zal ‘het overblijfsel’ onmiddellijk naar de woestijn vluchten. Hoewel Satan elk middel zal aangrijpen om hen te vernietigen, zal God toch drieënhalf jaar voor hen zorgen. Omdat hij met zijn woede nergens heen kan, zal Satan de christenen vervolgen die niet bij de eerste opname hoorden. Velen zullen de marteldood sterven. Maar bij het blazen van de zevende bazuin zullen de gelovigen die op aarde achterblijven ook worden opgenomen, omdat zij door lijden heen gehoorzaamheid hebben geleerd en volmaakt (volwassen, rijp) geworden zijn.
   Dan zal de antichrist alle volkeren bijeenvergaderen om de Joden aan te vallen (de slag bij Harmagedon). De Joden zullen de stad uit vluchten (zie Zach. 14). Dit zal gebeuren aan het einde van de laatste week van Daniël, als de Here Jezus met Zijn heiligen uit de hemel zal komen en Zijn voeten de Olijfberg zullen raken. Hij zal de kinderen Israëls redden en de volkeren die tegen Hem strijden, zal Hij vernietigen. Dan begint het duizendjarig rijk. Dit is een globale beschrijving van het boek Openbaring.
   Maar de gelovigen die trouw zijn, die waken, die klaar zijn, die overwinnen en bidden, zullen al in de hemel opgenomen zijn voordat deze dingen over de wereld komen. Zij hoeven niet door de grote verdrukking heen te gaan. Daarom hebben wij nu al de geest van de opname nodig. Wij moeten de ervaring van de opname in onze geest hebben voordat wij die lichamelijk in vervulling kunnen zien gaan. Onze geest moet eerst naar de hemel gaan, en dan zal ons lichaam volgen. Laten wij niet verstrikt raken in de dingen van de wereld, zodat wij weg kunnen gaan als de tijd daar is. De ‘krachten van de komende eeuw’ (Hebr. 6:5) zouden vandaag in het leven van de heiligen aanwezig moeten zijn. Maar helaas lijken velen tekort te schieten.
   Here, wilt U genadig zijn? Leid en bewaar ons, opdat wij de waarheid zullen zoeken, opdat wij licht op de toekomst krijgen en daar onze huidige weg mee kunnen verlichten. Laat de gedachte aan de rechterstoel van Christus maken dat wij onszelf vandaag onderzoeken. Mogen wij nu reeds de komende vreugde smaken, opdat onze gemeenschap met de Geest des Heren vandaag versterkt wordt. Laten wij dit gezegende bijbelboek niet zo bestuderen alsof het een soort intelligentietest is, maar moge het ons leven en onze werken radicaal veranderen. Amen.


Leidraad bij Openbaring  22-27, 66-68, 99-101