Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

Een vruchtbaar leven


door Jessie Penn-Lewis


Gedicht voor in het boekje

'k Ben slechts een slaaf!
'k Bezit geen vrijheid van mijzelf,
Ik kan zelfs het kleinste nog niet kiezen,
zelfs niet de weg die ik ga.
Ik ben een slaaf!
Gehouden aan de bevelen van mijn Meester!
Dag en nacht kan Hij mij roepen.
Was ik een dienstknecht, zou ik loon mogen vragen.
Soms zelfs vrijheid.
Maar ik ben gekocht!
Bloed was de prijs die mijn Meester voor mij betaalde.
En nu ben ik Zijn slaaf, en zal ik dat voor altijd zijn.
Hij voert mij hierheen, daarheen, zegt wat ik moet doen;
ik gehoorzaam slechts, dat is alles,
en ik VERTROUW Hem ook!

M. Warburton Booth

Zie Galaten 4:1, Filippenzen 2:7, Kolossenzen 3:24.


Inleiding op hoofdstuk 9

Van de dood naar het leven1

   Kijk eens naar de graankorrel die nog niet in de grond gevallen is . Hij is zichzelf, heeft slechts zichzelf en zal zichzelf blijven; ‘zij blijft op zichzelf’; hij is ‘slechts een geringe korrel’ (Joh. 12:24; 1 Kor 15:37). Het enige waar hij om vraagt, is dat er voor hem gezorgd wordt, zodat hij niet beschadigd raakt. Hij geeft niet en hij ontvangt niet.
    ‘(…) indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft (…)’ (Joh 12:24). Wat zijn er toch veel christenen die dingen meemaken waardoor deze woorden betekenis krijgen! Wie het hemelse leven in zich draagt, kan rekenen op zware aanvallen. Deze vernietigende krachten zijn Gods genade. Zij komen van het kruis en worden bediend door de Geest, die het voorrecht heeft om te doden en levend te maken; maar zij bereiken ons vaak in de ‘aarde’ van armoede, beproeving, slechte gezondheid, mislukte plannen, moeilijke omstandigheden, enzovoort. Soms lijkt het wel alsof onze geest ontkleed wordt, zozeer zelfs dat deze niet langer ‘bekleed’ is. Met andere woorden: ons eigen ik kan zo verbroken zijn dat niets het leven nog interessant maakt, alsof het leven niets meer te bieden heeft. Maar dan komt het moment waarop Hij die levend maakt, ons gaat bekleden.
   Te midden van de beproevingen en doodservaringen merken we dat een vreemd nieuw leven langzaam maar zeker het onze wordt. Wat dat nieuwe leven inhoudt, is moeilijk te beschrijven voor wie het niet kent. De woorden van de apostel zijn voldoende: ‘Want het leven is mij Christus’ (Fil. 1:21), in een betekenis die wij vroeger nooit konden dromen, is ‘alles van ons’ (1 Kor. 3:21), en in onuitsprekelijk geluk zullen wij ‘voor God vruchtbaar worden, niet voor onszelf’ (Rom. 7:4).


Noten:

1  Ds. C. G. Moore, in Things Which Cannot Be Shaken.