Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

Gebed en evangelisatie


door Jessie Penn-Lewis


1. Het werk van gebed

   ‘Epafras laat u groeten, die een der uwen is (…), altijd in zijn gebeden voor u worstelende (…)’ (Kol. 4:12).


   Christenen zien het gebed te vaak als een incidentele stroom of uitbarsting van gevoelens en verlangens. Maar in Kolossenzen 4:12 wordt het gebed juist als een ‘werk’ beschreven. Nadat hij de groeten van Epafras heeft overgebracht, beschrijft Paulus hem als iemand die ‘hartstochtelijk werkt in het gebed’.1 De apostel Jakobus spreekt duidelijk uit ervaring als hij schrijft: ‘Het gebed van een rechtvaardige vermag veel [werkt veel uit], doordat er kracht aan verleend wordt’ (Jak. 5:16). Als de smeekbede van een rechtvaardige veel vermag, dan is het gebed een werk, en wel een werk dat in de uitvoering ervan een uitdrukking is van de wil van God.
   In het leven van Elia is duidelijk te zien hoe het gebed kan werken voor een heel volk. Er staat over Elia geschreven: ‘Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang’ (Jak. 5:17). Dat was de ‘bindende’ kracht van de gebeden van Elia. En vervolgens lezen we: ‘(…) en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen’ (Jak. 5:18). We hebben hier te maken met een gebed dat iets ‘ontbindt’ of losmaakt. Door een gebed ontbond Elia wat hij door zijn eerste gebed gebonden had. Hij had de regen ‘gebonden’ en zo voorkomen dat de regen naar beneden zou komen. En nu ‘ontbond’ hij de hemelen zodat de regen de aarde zou bevochtigen. En beide dingen deed hij op direct bevel van God. Hij handelde in overeenstemming en volledig in harmonie met Gods wil, er volledig op vertrouwend dat God Zijn eigen Woord gestand zou doen en zou beantwoorden aan het ‘door de hemel gegeven’ geloof van Zijn profeet.
   Dit openen en sluiten van de hemelen is een machtig voorbeeld van de bindende en ontbindende kracht van het gebed en illustreert precies het woord van onze Here dat is opgetekend in Mattheüs: ‘Al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel’ (Matt. 18:18). Er wordt niet gezegd dat de profeet de medewerking van het volk nodig had in zijn poging om het land van een verdere catastrofe te redden. Alleen de knecht van de profeet deelde in de last, door mee te werken en de door God beloofde regen te verwachten. Nadat hij naar de top van de berg was gegaan, vertelde hij dat hij een wolk had gezien ‘als eens mans hand’ (1 Kon. 18:44). Dat was op het eerste gezicht niet genoeg om een opgedroogd, verdord en door de zon verschroeid land te kunnen bevochtigen, en toch was het genoeg voor de profeet! Hij had volgehouden in het gebed en nu moest hij teruggaan om de komst van veel regen aan te kondigen.
   Laten we vervolgens kijken naar het werk van het bindende en ontbindende gebed bij Mozes, ook een man van voortdurend gebed. Toen Israël aangevallen werd door Amelek, bond Mozes de vijand met opgeheven handen en een biddende geest (Ex. 17:11). Hij hief zijn handen op en bond zo, terwijl hij door Gods kracht standhield, de vijand door voortdurend te bidden dat het volk die dag een overwinnend volk zou mogen zijn. Het is een prachtig beeld van het effect van het gebed van één man die zo dicht bij God leefde en de ‘wetten van het gebed’ precies begreep.
   In het boek Handelingen der Apostelen lezen we dat men in de vroege kerk gewend was veel te bidden. Te midden van de zegeningen van de dagen na Pinksteren, met de zalving op hun gesproken woord, zeiden de apostelen: ‘Wij zullen ons wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God’ (Hand. 6:4 - NBV). Eerst het gebed, dan de prediking. Ze wisten zo goed hoe belangrijk het werk van het gebed was als wegbereider voor het goed kunnen brengen van het Woord, dat ze zeiden: ‘We zullen ons wijden aan het gebed.’ En door deze overvloed van gebed, kon het Woord van God voortgang hebben en verheerlijkt worden.
   Het is verleidelijk om te zeggen: ‘Er moet nog zo veel gebeuren!’ Maar kunt u iemand vinden die uw deel in het gebed van u overneemt? Uw gebed is nodig voor de gemeente. En als ‘we ons wijden aan het gebed’, hoe groot zal dan het werk van het binden van het kwaad en het ontbinden van het goede zijn! Kijk hoe de vroege kerk Petrus uit de gevangenis haalde. Ze gingen niet naar Herodus om hem een petitie te overhandigen; ze gingen eenvoudigweg in gebed tot God. De deuren van de gevangenis werden geopend, dat was iets buitengewoons. Degenen die bij elkaar waren gekomen, waren zeer verbaasd en konden het niet geloven. De gemeente opende de tralies van de gevangenis door gebed, en was toch verbaasd door die gebedsverhoring!
   Ons bidden wordt vaak beperkt tot een bepaald tijdstip in de ochtend en misschien tien minuten in de avond, en af en toe een gebedsbijeenkomst, maar deze machtige oefening van gebed, de hele dag door, wat kennen wij daarvan? Als u de strijd met de vijand begrijpt, zult u overal over bidden, omdat u weet dat de vijand alles wat u niet hebt afgedekt door gebed, zal gebruiken als een opening om naar binnen te glippen. Hij zal verwarring brengen in uw huis en gezin, uw bedrijf in de problemen brengen, de reis die u maakt ontregelen - in feite is datgene waarvan u denkt dat de vijand het niet zal aanraken, juist de plaats waar hij zal aanvallen. De plek die u vergeet, is precies de plek die hij onthoudt!
   Hoe kunt u dit ‘gebedswerk’ leren? U denkt wellicht dat u zich onmogelijk alles kunt herinneren wat bescherming nodig heeft. Dat is dan juist het moment waarop u de hulp van de Heilige Geest moet inroepen, omdat Hij voor ons pleit, en terwijl u ‘in de Geest’ leeft en wandelt, gebeden in onze harten legt die ‘naar de wil van God’ zijn (Rom. 8:26-27). Door Zijn hulp zult u het u herinneren en uitgebreide gebeden bidden. Bid op voorhand om de vijand te weerstaan. Wilt u Satan toestaan om zijn plannen zes maanden voor te bereiden terwijl u zelf pas een maand van te voren begint te bidden? Bid alvast voor de volgende conferentie - bid dat geen enkele barrière het geestelijke doel en plan van God zal belemmeren of verijdelen. U zult zien dat er genoeg werk te doen is.
   Het gebed van Elia, het gebed van Mozes, de gebeden van de apostelen voor de vroege kerk! Wat zou er gebeurd zijn als deze geestelijke reuzen van God niet gebeden hadden? Zelfs in de vroege kerk waren de gemeenteleden niet volmaakt. De apostelen zagen de vijand naar binnen sluipen. Er was gemopper - over geld natuurlijk, en over voedsel en andere noden. Toen zeiden de apostelen: ‘Wij zullen ons wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.’
   In de brieven vindt u gebeden voor de hele gemeente van Christus. Als u wilt weten hoe u voor gelovigen moet bidden, lees dan Paulus’ gebeden en BID DIE
vandaag voor Gods volk. Wat bad Epafras? Hij ‘werkte hartstochtelijk’ in het gebed opdat de Kolossenzen vast zouden staan, ‘volmaakt en ten volle verzekerd in de hele wil van God’ (TNT). Dat was het doel dat hij met zijn gebed probeerde te bereiken, en het is het hoogste doel waarvoor u kunt bidden.
   Soms krijgt u gebedsverzoeken, maar u weet niet precies wat u voor die mensen moet bidden. Maar u kunt op z’n minst bidden dat ‘Gods wil voor die persoon zal geschieden’. Dat omvat alles, hoewel niet in detail. Bid de gebeden van Paulus voor de gemeente en bid voor de boodschappers van God dat de wijze waarop zij de boodschap doorgeven krachtig, duidelijk en ontdekkend2 mag zijn. Kijk naar Paulus’ gebed in Romeinen 15:30-32:


   ‘Maar, [broeders,] ik vermaan u bij onze Here Jezus Christus en bij de liefde des Geestes, om samen met mij te worstelen in den gebede voor mij tot God, opdat ik behoed worde voor de weerspannigen in Judea, en dat mijn dienstbetoon voor Jeruzalem gunstig worde opgenomen door de heiligen, opdat ik, in blijdschap tot u gekomen met Gods wil, mij tezamen met u verkwikken moge.’


   Dat was Paulus’ verzoek om medewerking in het gebed. Hij wist heel goed dat het erg zwaar zou worden als hij naar Jeruzalem zou gaan. Een deel van de gelovigen daar wilde tot op een bepaalde hoogte vasthouden aan hun joodse godsdienst, en deze mensen zouden zich tegen hem gaan verzetten en hem bestrijden. Daarom vroeg hij aan zijn medegelovigen om samen met hem te bidden dat hij de gevaren en moeilijkheden die voor hem lagen, zou kunnen verdragen en deze het hoofd zou kunnen bieden.
   In 2 Korinthiërs 1:8-11 vinden we Paulus’ verzoek om voorbede voor bevrijding van de verdrukking. Misschien zegt u: ‘Dat is vast en zeker een vergissing - Paulus werd nooit zo erg verdrukt!’ Jawel, hij werd ‘bovenmate’ verdrukt, bijna boven het vermogen van zijn natuurlijke krachten, zodat hij vreesde voor zijn leven. Daarom vroeg hij om voorbede van zijn medegelovigen en voegde daaraan toe dat hij verwachtte dat God hem zou verlossen door hun gebeden. Dat moet voldoende reden zijn om voor gelovigen die verdrukt worden, te bidden en om te erkennen dat gebed werk is.
   In de brief aan de Kolossenzen is er een gebed voor ‘open deuren’. Maar iedereen zou toch zeker de voor Paulus openen zodat hij kon spreken? Is dat zo? De grote apostel Paulus die wij vandaag kennen, was toen enkel een verachte volgeling van de Nazarener. Wij plaatsen een aura om Paulus, zoals we dat ook doen bij andere bijbelse figuren, zodat we ons niet realiseren hoeveel hun levens lijken op die van ons. Waarschijnlijk ging Paulus gebukt onder de zware druk van zijn levenswerk, terwijl hij zich amper realiseerde welke geweldige vruchten dat werk zou voortbrengen. En aan het einde ervan moest hij zeggen, met betrekking tot de uiterlijke resultaten: ‘(…) allen hebben mij in de steek gelaten (…)’ (2 Tim. 4:16). De vruchten werden pas generaties later zichtbaar.
   Had Paulus enig idee wat de vrucht van zijn leven zou zijn? Hij worstelde en leed, werd door omstandigheden van plaats naar plaats gedreven, en werd in een mand over een muur naar beneden gelaten om aan zijn vijanden te kunnen ontsnappen. Elke stap van zijn weg was geplaveid met tegenstand en met complotten van de Joden om hem uit de weg te ruimen; zijn leven en boodschap liepen altijd gevaar. Binnen de kleine kudde waren er zelfs broeders die het tegen hem opnamen, zodat zijn werk bijna vernietigd werd door hen die beweerden in Christus te geloven, maar zich intussen vastklampten aan de letter van de wet en niet zagen dat die ‘op het punt stond om weg te vallen’. Hij doorstond dit alles en nog meer, in de kracht Gods, terwijl hij zich een weg bad door al deze beproevingen en omstandigheden heen - en God liet hem erdoorheen gaan, zodat hij vrucht zou dragen en zodat hetgeen hij gezaaid had, overvloedig vermenigvuldigd zou worden.


‘NAAR HET VOORBEELD’


   Dat is de vreemde les die we allemaal moeten leren en Golgotha is er het voorbeeld van, van begin tot eind. Gods overwinningen lijken vaak op nederlagen. De overwinning vindt plaats in de onzichtbare wereld, wanneer de persoon volkomen aan de grond lijkt te zitten in de zichtbare wereld. Zo was dat op Golgotha, zo was het in het leven van Paulus en ook in het leven van Petrus; zo is het overal en voor iedereen die kan zeggen, ‘zo werkt dan de dood in [mij], doch het leven in u’ (2 Kor. 4:12) - dat is iedereen die in de dood van Christus is geplant om een vruchtbaar leven te leiden. Als we op zoek zijn naar een leven van voortdurend uiterlijk succes en ernaar verlangen om er welvarend en aangenaam uit te zien voor de wereld, hebben we een verkeerde opvatting van Gods werkwijze.
   Anderzijds, als u inziet dat Gods leven in u alleen maar vrucht kan dragen door lijden heen, zult u door het geloof leren leven in het onzichtbare geestesleven. U zult niet verontrust worden door de strijd, de tegenstand, of het verraad door vrienden, maar u zult door volharding ‘uw ziel bezitten’ (Luc. 21:19 - HSV, LU-94) en gevuld zijn met de liefde van God. U zult zien dat uw leven in overeenstemming is met het leven van de God-Mens op aarde en met het voorbeeld van Paulus, en u zult zeggen: ‘Ja, ik hoor ook in dat rijtje thuis, ik hoor ook bij degenen die hen opvolgen!’
   Het kan zeker helpen om te weten dat Paulus bad dat de deur voor het Woord zou worden geopend en dat ‘het Woord (…) zijn loop zou mogen hebben’ (2 Thess. 3:1). Hoe kan het Woord ‘zijn loop hebben’ als u er niet voor bidt? Het is het gebed dat het aan het ‘lopen’ brengt. Bidt u op deze manier voor Gods boodschappers en hun boodschap? Bid voor allen aan wie Gods boodschappen zijn toevertrouwd. Bid dat zij worden behoed ‘voor de weerspannigen’ (Rom. 15:31); dat zij met hun boodschap worden aanvaard; dat ze alleen daarheen gaan waar ze door God naartoe gezonden worden en ze het zichzelf niet toestaan om ergens anders naartoe gezonden te worden. Als de verdrukking komt en ze zelfs voor hun leven vrezen, bid dan voor hen - ze hebben iemand anders nodig die hen ‘erdoorheen’ bidt. Bid dat er ‘openingen’ voor het Woord komen voor Gods boodschappers van het kruis, en vrijheid om die boodschap te brengen.
   Het zou kunnen dat God al het geestelijk werk tot stilstand brengt om de gemeente ertoe te brengen zich aan dit gebedswerk te wijden. Velen zijn bereid zich te geven aan praatwerk - maar hoe weinigen aan gebedswerk? Als u iemand ondersteunt die een ware boodschap heeft, en bidt: ‘Here, geef hem de juiste woorden, laat Uw Woord zijn loop hebben’, dan is dat het gebedsWERK.
   Vangt u een glimp op van de mogelijkheden van dit werk? Dat u de hele dag lang, in eenheid met Christus, bezig kunt zijn met dit gebedswerk? Wacht niet op een impuls om te bidden, maar bid eerder ‘in koelen bloede’, omdat u daar met uw wil voor kiest. Laat het een doelbewuste, rustige gang naar God zijn en vertrouw erop dat Hij zal antwoorden overeenkomstig Zijn Woord. Veel christenen nemen deel aan een gebedsbijeenkomst om weer in het reine te komen met God, of om weer gemeenschap met God te krijgen; ze zouden de hele dag al in gemeenschap met Hem hebben moeten leven, en ze zouden naar die bijeenkomst moeten gaan om te ‘werken’. U zegt dat u ‘een geweldige gebedstijd’ hebt gehad? Ja, maar hebt u ook iets bereikt? Er is een zeer groot werk te doen in het gebed en deze ‘bijeenkomsten van gebedswerk’ zijn vandaag de dag van het allergrootste belang in de gemeente, en toch zijn ze zeer moeilijk op te zetten. En dat is te wijten aan het geïsoleerde geestelijke leven van degenen die bidden, en aan de misvattingen over de obstakels die Satan opwerpt tegen zulke gebeden.
   Gebedssamenkomsten moeten een doel hebben. Bid voor de man op het preekgestoelte: ‘Here, geef hem het ware evangelie, en geef hem het vermogen goed en krachtig te spreken.’ Dat is één kant van de zaak. Er is een andere kant die ons zo laat bidden: ‘Here, U ziet wat Satan daar doet, bind hem Here, en vernietig alles wat hij door die ziel heen wil doen.’
   We hebben gekeken naar twee aspecten van het gebed ¬- het gebed voor het vervullen van bepaalde noden en het gebed van de opgeheven handen tegen de tegenstander. Hebt u iets laten zien van dat gebed van de opgeheven handen? Misschien denkt u wel dat Mozes er beter aan gedaan had als hij Jozua op het slagveld zou hebben vergezeld en mee zou hebben gevochten. Maar dan zou Mozes ongetwijfeld gezegd hebben: ‘Jozua handelt met vlees en bloed, maar ik handel met een grotere macht, en daarbij zijn vlees en bloed nutteloos.’ We moeten in gedachten houden dat ‘wij niet hebben te worstelen tegen bloed en vlees’ (Ef. 6:12), maar tegen een vijand tegen wie alleen maar opgetreden kan worden in eenheid van geest met de troon van God.
   Bij God, ik zou willen dat de gemeente had geweten hoe ze haar voorgangers door middel van het gebed had kunnen beschermen, zodat ze niet zouden zijn afgedreven naar het prediken van iets wat geen evangelie is! Het kost vandaag de dag zo veel om het pure evangelie te prediken, dat velen - helaas - gekozen hebben voor de weg van de minste weerstand. En zonder te weten of het van plan te zijn, hebben zij de makkelijke weg gekozen. O, konden we maar met een stem als een bazuin tot de deelnemers aan gebedsbijeenkomsten zeggen: ‘Wat zijn jullie aan het doen? Zijn jullie aan het werk? Waarom zijn jullie hier?’
   Misschien kan ik u inspireren tot het gebedswerk, zodat het gebed u dierbaarder wordt dan het bezoeken van een bijeenkomst om een zegen voor uzelf te krijgen. Zou u God niet willen vragen om u een taak in deze bediening van het gebed te geven? U hebt natuurlijk ook ander werk te doen, maar het is verbazingwekkend om te zien hoe gemakkelijk het verstand door allerlei onbelangrijke dingen in beslag genomen wordt. Waarom zou het niet net zo gemakkelijk door het gebed in beslag genomen kunnen worden, zodat u ‘bidt zonder ophouden’ in uw dagelijks leven?
   Denk aan de Here Jezus, die als Voorspraak aan Gods rechterhand zit. Hij is een van de twee ‘Voorspraken’. De Heilige Geest is de andere, die als Voorspraak binnen in het kind van God werkzaam is, waar Hij hem leert hoe hij moet bidden. Hij zal uw gebeden stap voor stap in overeenstemming brengen met Gods wil, zodat uw gebeden verhoord kunnen worden en de werkzame kracht van het gebed in uw leven zichtbaar wordt.

Noten:

1 Deze vertaling is een Nederlandse weergave van de Engelse King James Version. Het Griekse woord dat in het Engels vertaald wordt met laboring ‘hard werkend’ en in het Nederlands met ‘worstelende’ (NBG-1951) of ‘strijdende’ (SV), is agonizomenos. Dit woord heeft de lading van ‘strijden met tegenstanders; zich met een enorme passie voor iets inzetten’. - Vertaler.

2 Dat is overtuigd worden van zonden. - E. M.