Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

De brieven aan de Thessalonicenzen


door Robert Govett


Hoofdstuk 1 (deels)

   De ‘tegenwoordigheid’ of ‘aanwezigheid’ van Christus, met haar gevolgen voor de verlosten en de verlorenen van deze bedeling, is het hoofdonderwerp van de brieven aan de Thessalonicenzen. Het is noodzakelijk om het Griekse woord ‘parousia’1 met ‘tegenwoordigheid’ te vertalen, anders kan het onderwerp van de twee brieven niet goed begrepen worden. Het heeft niet (per se, intrinsiek) de betekenis van ‘beweging’, hoewel er in de context wel vaak op beweging gezinspeeld wordt. Het wordt dus vaak ten onrechte met ‘komst’ vertaald. Het wordt ook verschillende keren in het Oude Testament genoemd: ‘Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor de tegenwoordigheid [het aangezicht]2 van de Here God te midden van de bomen in de hof’ (Gen. 3:8b - HSV); ‘Kaïn nu ging heen uit des Heren tegenwoordigheid (…)’ (Gen. 4:16 - LEI-94).
   De verbondssluiting in Exodus 33 is het deel van de Schrift dat het meeste licht werpt op ons onderwerp. Nadat Mozes de tent der samenkomst ver buiten de legerplaats van de afgodendienaars had opgezet, daalde de Here neer in de wolk om met Mozes te spreken (Ex. 33:7-11). Mozes vroeg de Here vervolgens: ‘Indien Uw tegenwoordigheid niet medegaat, doe ons dan van hier niet optrekken’ (Ex. 33:15 - AV). ‘Mijn tegenwoordigheid zal met u medegaan, en Ik zal u rust geven’ (Ex. 33:14 - AV).
   Het gebruik van dit woord is heel karakteristiek in deze brieven. ‘De tegenwoordigheid’ wordt zeven keer in de twee brieven genoemd: vier keer in de eerste brief en drie keer in de tweede brief. De belangrijkste profetische boodschappen in de twee brieven gaan over ‘de tegenwoordigheid’. Deze brieven zijn geschreven om twee denkfouten van de Thessalonicenzen te corrigeren:
   1. Hun eerste denkfout was dat de overleden heiligen die in de graven waren, geen deel konden hebben aan het duizendjarig rijk van Christus.
   2. Hun tweede denkfout, die in de tweede brief behandeld wordt, was dat de levende heiligen door de grote verdrukking moesten gaan, en dat de verschrikkingen van die verdrukking al begonnen waren.
   Het is mijn bedoeling om mijn gedachten en conclusies over deze dingen hoofdzakelijk te verdedigen met behulp van de uitdrukking ‘DE TEGENWOORDIGHEID’, die zoals gezegd, op een aantal plaatsen in de twee brieven gebruikt wordt.

Noten:

1 Zij die de bewijzen voor de juistheid van deze vertaling willen zien, verwijs ik naar mijn boeken The Presence of Christ: the Centre of the Secret Rapture and of the Glorious Manifestation (Fletcher and Son, Norwich, 1886) en The Secret Presence and Rapture Defended (Fletcher and Son, Norwich, 1887). Veel van Govetts Engelstalige werken zijn te lezen op internet: http://www.themillennialkingdom.org.uk en archive.org.

2 AV, ASV, DV, RSV, RWB, etc. - Vertaler.