Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

De Bijbel over dieren en dierenwelzijn


door G. H. Pember


Voorwoord

   Deze korte verhandeling van de vooraanstaande negentiende-eeuwse Britse bijbelleraar George Hawkins Pember werd oorspronkelijk uitgegeven door Hodder & Stoughton te Londen als brochure zonder publicatiedatum. Het verschil met de vele imposante werken die Pember schreef, is dat het weinig pagina’s telt en slechts één specifiek thema behandelt.
   Ondanks de beknoptheid is deze opmerkelijke verhandeling exemplarisch voor de kennis en moed van de auteur om maatschappelijke thema’s te onderzoeken in het licht van de bijbelse waarheid.
   Het probleem van de onverschilligheid van de mens ten aanzien van het lijden van dieren is tegenwoordig wellicht ernstiger dan in Pembers tijd. Dat de auteur zich onomwonden tot de Bijbel richt om wijsheid op dit gebied kan in een tijd van moreel relativisme op sommigen simplistisch overkomen. Maar juist omdat hij zich simpelweg onderwerpt aan de autoriteit van de Bijbel slaagt Pember erin om de wirwar aan emoties die maar al te vaak gepaard gaat met het debat over dierenrechten, te overstijgen. Op deze wijze schept hij duidelijkheid en daarmee gaat hij verder dan het weergeven van een persoonlijke mening en traditionele opvattingen. Hoewel Pember ervan uitgaat dat de lezer bekend is met bepaalde bijbelse thema’s en personen, is zijn betoog beslist niet alleen tot gelovigen gericht. Niet-christenen kunnen hier bevestiging vinden van waarheden die zij gevoelsmatig allang aanhingen, zonder de Bijbel te kennen.   
Christenen kunnen daarentegen het idee krijgen dat hun traditionele ideeën over het geloof worden aangevochten door de radicale stelling dat Gods grote verlossingswerk zich niet alleen op de mens richt, maar dat de uiteindelijke bestemming van mens en dier vanaf het begin met elkaar verweven is geweest.
   Ik hoop dat alle lezers oog zullen hebben voor de diepere visie die in deze pagina’s wordt uiteengezet van Gods grote en niet aflatende liefde voor Zijn gehele schepping en van de bevoorrechte rol die eenieder van ons speelt in het plan dat Hij aan het ontvouwen is.

David W. Hill

2002